ER HEERST EEN hoerastemming in grote delen van het onderwijsveld. Minister Henry Ori is gezwicht voor de publieke opinie, de omstandigheden en mogelijk de politieke druk om het onderwijssysteem toch aan te passen. En dat tegen beter weten in; Ori gaf in zijn zeer ‘rommelige’ speech aan de vooravond van het nieuwe schooljaar zelfs ruiterlijk toe dat wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat doorstromen de beste optie is voor de ontwikkeling van het kind. En dat is waar het om gaat: het kind.
Het is helemaal waar dat de invoering van dit, voor Suriname, nieuwe systeem, geen schoonheidsprijs verdient. De leerkrachten en schoolleiders waren niet of onvoldoende geïnformeerd en getraind, ouders begrepen het al helemaal niet en de scholen hadden onvoldoende capaciteit.
De minister wil met weinig geld, minder leerkrachten dan 2022 en met een hele hoop trainingen, waarvoor nu al duidelijk is dat er geen vraag genoeg is, gaan naar een soort hybride systeem
Maar het belangrijkste was wel dat het kind de gelegenheid kreeg om zich binnen een breder tijdsbestek te ontwikkelen: een vloeiende ontwikkelingscurve die meer aansloot bij de werkelijke ontwikkeling en de maatschappelijke realiteit van het kind. En daarnaast was het een systeem dat verschillen in de samenleving probeerde weg te werken: voor iedereen gelijke kansen.
Wat Ori nu doet, is pas op de plaats maken en alle randvoorwaarden aanpassen voor het doorvoeren van het doorstroomsysteem. Dat is het ideaaltypische, maar het zal in het Suriname van 2023 nimmer lukken. De minister wil met weinig geld, minder leerkrachten dan 2022 en met een hele hoop trainingen, waarvoor nu al duidelijk is dat er geen vraag genoeg is, gaan naar een soort hybride systeem.
Daarin zal de leerling die zijn best doet op zijn niveau overgaan en anders moeten blijven zitten. Hij zegt wel dat er begeleiding zal zijn van remedial teachers en sociaal-maatschappelijke begeleiders. Maar met welk geld wil Ori ze opleiden en waar gaat hij ze vinden in dit ernstig uitgedunde lerarenkorps?
De minister zegt ook: scholen die het gedifferentieerd leren al kunnen toepassen, kunnen besluiten de kinderen door te laten stromen. Bij andere scholen waar dat nog niet kan, zal het kind de klas over moeten doen. Snapt de bewindsman dan echt niet dat de scholen waar de kinderen wel zullen doubleren de plekken zullen zijn waar de maatschappelijke problemen het grootste zijn?
En dat daardoor de maatschappelijke ongelijkheid toeneemt. Dat kan wel worden verwacht van de minister, gezien zijn staat van dienst. Kortom met twee nieuwe systemen in vijf jaren zal het kind de gebeten hond zijn. Het kind wordt geleerd: ‘ik doe mijn best om beter te zijn dan Jantje. Als Jantje nou armer is dan mij en daardoor niet naar bijles kan en geen hulp krijgt van thuis, maakt dat niet uit. Ik ben over en daar gaat het om’.
Dat zien we terug in de Surinaamse realiteit van nu. Veel laaggeschoolde ‘Jantjes’ die uit het systeem zijn gevallen en een paar hooggeschoolden die vrijwel alleen aan zichzelf denken. Dat is kennelijk de samenleving die we willen; individualisme overheerst. De vraag of het land Suriname daarmee vooruitkomt – op die vraag moet het onderwijssysteem antwoord geven – kunnen we nu al beantwoorden.