De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) moet volgens VHP-parlementariër Mahinder Jogi niet alleen maar blijven kletsen, maar ook aan de regering aangeven van waar anders zij de financiële middelen moet halen.
“Niet alleen maar blijven kletsen, maar laten ze concreet aangeven. Als ze vinden dat er geld in de Surinamerivier is, laten ze zeggen of we met een boot moeten gaan of met een helikopter. Laten ze ons zeggen waar het geld is, dan wo go teki a moni”, benadrukte Jogi in een interview op TBN.
Hij reageerde hiermee op de recente uitspraken van de VES-secretaris die de regering verwijt van laksheid. Uit laksheid om de financiële middelen ergens anders uit de economie te halen, kiest de regering voor de gemakkelijke weg en pakt ze deze middelen direct bij de consument. Het zou juist volgens de VES in deze moeilijke tijd een gebaar naar de samenleving zijn geweest om de btw op brandstof niet te verhogen.
Recent zijn de prijzen voor gascilinders verhoogd, is de btw op diverse goederen aangepast en zijn er ook andere verhogingen op komst. Jogi begrijpt dat verhogingen niet prettig zijn om aan te horen. Echter stelt hij dat er ook begrip moet zijn voor het feit dat de regering bezig is met hervorming van de economie.
“Het is niet leuk om meer uit te geven, maar we hebben geen keus. We kunnen niet oneindig veel blijven subsidiëren in het land. Maar als we een cola kunnen kopen voor 80 en 90 SRD, dan moeten we best wel in staat zijn om voor een gasbom een paar centen duurder te betalen”, aldus de politicus.
Wat volgens Jogi wel belangrijk is, is de 1.800 SRD aan koopkrachtversterking vanuit het ministerie van SOZAVO. Daar zou president Chan Santokhi volgens hem wel zeker de vinger op de pols moeten houden. “Daarover is er ook veel ontevredenheid, omdat velen die het zouden moeten krijgen het niet krijgen. Terwijl anderen die het niet zouden moeten krijgen, het wel krijgen”, benadrukt de VHP’er.
Hij stelt dat er een overzicht gepresenteerd zou moeten worden om aan te tonen wie precies de mensen zijn die tot nu toe aan deze 1.800 SRD zijn geholpen. “Waar wonen ze? In welk ressort? Hoe heten ze? We willen alles weten, zodat de samenleving kan helpen met controle. Omdat het vermoeden bestaat dat bepaalde politieke partijen hun mensen maximaal hebben geaccommodeerd, waardoor anderen buiten de boot zijn gevallen”, aldus de politicus.


