door Ivan Cairo
PARAMARIBO — De aanpassingen in de Loterijwet, wet Toezicht en controle hazardspelen en de wet Hazardspelen zijn dinsdagavond met wisselend stemgedrag goedgekeurd door het parlement. De behandeling en uiteindelijke goedkeuring van deze wetgeving stond in het kader van de internationale evaluatie die Suriname over enkele maanden moet ondergaan ten aanzien van risico’s op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering.
De Loterijwet werd met algemene 29 stemmen aangenomen, de gewijzigde wet Toezicht en controle kansspelen met dertig stemmen vóór en één tegen en de wet Hazardspelen met 28 stemmen vóór en twee tegen. Hoewel zowel vanuit coalitie als oppositie enorm veel kritiek en kanttekeningen zijn geplaatst bij de verschillende wetten, hebben de fracties zodanig gestemd dat de wetswijzigingen werden aangenomen om het risico dat Suriname hierop zou kunnen worden afgerekend te verkleinen.
Geweten
Van oppositie en coalitie waren bij elke wet voldoende leden die hun “ja” gaven, terwijl enkelen tegen stemden of zich van stemming hebben onthouden. Kishan Ramsukul van de VHP, één van de felle tegenstanders van een aantal zaken die in de wetgeving zijn opgenomen, gaf aan niet tegen te zullen stemmen. Hij onthield zich daarom. “Mijn geweten laat het niet toe om vóór deze wet te stemmen”, zei hij.
Volgens hem bestaat de kans dat het aantal verkooppunten van loten om te gokken eerder zal toe- dan afnemen. De regulering, zoals beoogd, zal volgens hem niet worden gerealiseerd. Hij is er niet van overtuigd dat de wetten in het kader van antiwitwassen voor verbetering zullen zorgen. Ook is de VHP’er niet overtuigd dat de staat meer inkomsten zal halen uit de goksector. “Integendeel geven wij met deze wet 10 procent korting aan de casino’s door de inkomstenbelasting van 50 procent te brengen naar 40 procent. Daarom zal ik mij onthouden van stemmen”, stelde Ramsukul.
‘Gemengde gevoelens’
Fractiegenoot Niesha Jhakry, die eveneens een felle tegenstander was van een aantal zaken die de regering in de wetten had opgenomen, heeft wel voorgestemd. Ze gaf bij haar stemmotivering aan het niet eens te zijn met tal van zaken, zoals de openingstijden van bettingshops, de locatie van de verkooppunten en dat het afbouwen van het aantal gokhuizen niet duidelijk is opgenomen in de wetgeving. “Ik sta niet voor 100 procent achter deze wet, maar ben wel 100 procent tegen de bandeloosheid in deze sector”, aldus Jhakry.
Ze voegde eraan toe dat met de toezegging van de regering dat over zes maanden de werking van de wetten zal worden geëvalueerd ze met “gemengde gevoelens” vóór zal stemmen.
Egards voor president
Een andere uitgesproken tegenstander van de gokbranche vanwege de negatieve sociaal-maatschappelijke effecten daarvan, Mahinder Jogi, heeft niet tegen gestemd, maar zich onthouden van stemming. Hij voerde aan dat hij dat uit “egards” voor de president heeft gedaan die de wetsvoorstellen bij het parlement heeft ingediend.
Jogi merkte op dat in de wetgeving te weinig rekening is gehouden met de maatschappelijke impact van hazardspelen. Volgens hem zijn de belangen van de samenleving niet voldoende beschermd, wordt de gokcultuur in stand gehouden en heeft de regering de relatie tussen bevordering van toerisme en gokken niet beargumenteerd.
Ook heeft ze de geldstromen in de sector niet zichtbaar gemaakt voor het parlement. Daardoor is de kans dat Suriname toch op een internationale zwarte lijst kan worden geplaatst, aldus de VHP’er, nog steeds aanwezig.
‘Moeilijke bevalling’
Ebu Jones van de NDP stemde tegen twee van de wetten en gaf aan dat te hebben gedaan, omdat met deze wetten de belangen van het land niet zullen zijn gediend. Hij had er bij regering en parlement op aangedrongen meer tijd in te ruimen voor het behandelen van de wetten omdat het niet om een dringende zaak ging, aangezien de evaluatie van Suriname pas over enkele maanden is. Jones is van oordeel dat als meer tijd was besteed aan de wetsontwerpen regering en parlement er betere wetgeving van hadden kunnen maken.
Na de stemming stelde ondervoorzitter Dew Sharman, die de debatten heeft geleid, dat hij met “gemengde gevoelens” de vergadering heeft voorgezeten vanwege de beladenheid van het onderwerp. Hij sprak van een “moeilijke bevalling”.
Een zichtbaar opgeluchte vicepresident Ronnie Brunswijk complimenteerde het parlement, maar vooral de coalitieleden die scherpe kritiek hebben gehad op de regering. Dat gaf volgens hem aan dat er sprake was van democratie in de coalitie. Ook hij sprak evenals Sharman van een “zware bevalling”.