Tekst en beeld Valerie Fris
PARAMARIBO — De Franse ambassadeur Nicolas de Bouillane de Lacoste is voor donderdag opgeroepen door minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (Bibis). De bewindsman wil namelijk graag uitleg waarom het zolang heeft geduurd voordat de Franse autoriteiten toestemming konden geven, voor het zoeken van de twee weken lang vermiste Imarcio Afie. Omdat de Franse ambassadeur niet aanwezig is, zal hij donderdag tijdens het onderhoud worden vertegenwoordigd door de chef de poste.
Er werd een zoekactie gestart naar het jongetje dat op Frans grondgebied, nabij het dorp Stoelmanseiland, werd vermist. “Wij hebben alles gedaan wat noodzakelijk was en daarom willen wij weten waarom er maar geen toestemming kwam”, zei de minister woensdag tegenover journalisten vóór aanvang van de ministerraadsvergadering. “We hebben tot drie keer toe diplomatieke nota’s gestuurd over deze kwestie.”
De eerste keer was nadat collega Kenneth Amoksi van Justitie en Politie hem informeerde over de situatie en erbij vermeldde dat politie en militairen paraat waren om mee te doen aan de zoekactie. Dezelfde avond nog werd er een diplomatieke nota gestuurd maar het antwoord van de Fransen was dat zij wachtten op akkoord vanuit Parijs. Ramdin zegt bereid te zijn geweest om zelf te bellen naar Frankrijk.
Humanitair standpunt
Op een bepaald moment werd door de Fransen gevraagd welke overeenkomst zou gelden indien zij toestemming zouden moeten geven. Afgesproken was dat de overeenkomst van 2006, samenwerking in het grensgebied, zou worden toegepast. “Ik kan niet zeggen dat ze hebben geweigerd, maar er is zeker geen toestemming gegeven”, aldus de minister.
Ramdin geeft ook mee dat hij de Fransen heeft verzocht de zaak vanuit humanitair standpunt af te handelen en niet zozeer als formeel te zien. “Ik respecteer de nationale territoriale soevereiniteit van Frankrijk en daarom konden wij ook niet verder want ik kon onmogelijk de militairen zonder toestemming sturen. Dat zou zeker een conflict uitlokken.”
De minister, die destijds uitlandig was, zegt dat dit geval de samenwerking met de Fransen niet heeft verstoord maar dat herhaling mogelijk wel daarvoor zou kunnen zorgen. “Ik weet zeker dat als er aan ons toestemming zou worden gevraagd, wij sneller zouden handelen.” Ramdin is in elk geval “heel blij” dat de jongen weer terecht is.
Gestolen ara’s
De Bibis-bewindsman heeft geen goed woord over over de diefstal van de in juli in beslag genomen beschermde ara’s uit Brazilië. “Ik was erg boos toen ik gisterochtend vroeg het bericht kreeg dat de vogels zijn weggenomen. Het is gewoon een trieste aangelegenheid en een schande voor ons als Surinamers.” De Ara’s zouden woensdag worden teruggebracht naar Brazilië vanwaar ze afkomstig zijn.
De bewindsman vertelt dat de Braziliaanse ambassadeur, Raphael Azaredo, zeer ontstemd is hierover. “Wij schijnen langzamerhand onze waarden en normen helemaal kwijt te raken”, zei de minister teleurgesteld. Het politionele onderzoek naar de diefstal van de 23 vogels wordt voortgezet.