door Ivan Cairo
PARAMARIBO — Strafpleiter Irvin Kanhai heeft maandag in zijn verzoek gepersisteerd voor vrijspraak voor zijn cliënt Desi Bouterse in de al jaren durende strafzaak naar de Decembermoorden. In dupliek bleef Kanhai erbij dat het Openbaar Ministerie geen overtuigend bewijs heeft kunnen leveren voor de tenlastelegging tegen de voormalige bevelhebber van het Nationaal Leger.
In eerste aanleg werd Bouterse in november 2019 door de Krijgsraad veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twintig jaar. Tijdens het hoger beroep, dat nu door het Hof van Justitie wordt behandeld, vorderde het Openbaar Ministerie opnieuw een celstraf van twintig jaar, maar nu met onmiddellijke gevangenneming.
Getuigenis Van Haperen
Kanhai hekelde in zijn dupliek opnieuw dat de vervolging voorbij is gegaan aan voor de verdediging belangrijke delen uit de verklaringen van de getuige Peter van Haperen. Hij had uitgebreid verklaard wat de plannen waren destijds om op instigatie van de Nederlandse autoriteiten een militaire invasie in Suriname voor te bereiden om Bouterse die toen de macht in het land had af te zetten.
Het verbaasde Kanhai dat Van Haperen als een onbetrouwbare getuige werd neergezet door de waarnemend-procureur-generaal, maar delen uit zijn getuigenis die wel in het straatje van het OM paste als waarheidsgetrouw gebruikte. De advocaat hekelde ook dat de Krijgsraad in haar vonnis volledig voorbij is gegaan aan de verklaringen van Van Haperen.
Buitenlandse militaire invasie
De advocaat blijft erbij dat de slachtoffers van 8 december 1982 deel waren van het bruggenhoofd dat een buitenlandse militaire invasie moest faciliteren. Hij gaf verder aan dat de situatie in december 1982 vergelijkbaar was met en oorlogssituatie en tijdens oorlog vallen helaas doden. Kanhai betwijfelt of de partners en familieleden van sommige van de slachtoffers niet op de hoogte waren van waarmee ze bezig waren.
Als voorbeeld noemde hij Nirmala Rambocus, zus van de doodgeschoten militair Soerendre Rambocus, die geld zou hebben gegeven voor aankoop van wapens en communicatieapparaten, die gebruikt zouden worden bij de invasie. Voorwaarde was dat haar broer die op dat moment wegens betrokkenheid bij een mislukte eerdere couppoging een gevangenisstraf uitzat, bevrijd zou worden en een hoge positie zou krijgen in de nieuwe legerleiding.
Volgens Kanhai is er – in tegenstelling tot de conclusie van het Openbaar Ministerie – geen sprake geweest van voorbedachten rade bij het ombrengen van de vijftien mannen op 8 december 1982. Bouterse en de overige verdachten Stefanus Dendoe, Iwan Dijksteel, Benny Brondenstein en Ernst Geffery moeten hun laatste woord nog voeren.