*Wegens een overmachtsituatie is het commentaar donderdag niet op het gebruikelijke tijdstip (12:00 uur) verschenen.
NA ZEVEN JAAR vond er maandag weer eens herdenking plaats voor militairen die tussen 21 juli 1986 en 8 augustus 1992 zijn gesneuveld, dus ten tijde van de Binnenlandse Oorlog. Deze plechtigheid vond plaats bij het speciaal voor de slachtoffers. Die werd gehouden bij het monument aan de Gravenberchstraat, dat speciaal voor hen is opgericht en waarmee ze een klein beetje erkenning hebben gehad voor de bijdrage die zij voor het land hebben geleverd.
Want wat je ook van het Nationaal Leger van destijds vond, de militairen hebben destijds wel in opdracht van de leiding van het land gevochten voor hun land. En daarvoor de ultieme prijs betaald.
Het is typerend dat het ministerie niet eens in staat is de mensen uit te nodigen voor wie het werkelijk bedoeld is
De gevolgen zijn tot op de dag van vandaag voelbaar bij delen van de samenleving. De nabestaanden missen hun dierbaren nog altijd en de militairen die de verschrikkingen van de oorlog wel hebben overleefd, zijn vaak getraumatiseerd. Legerbevelhebber Werner Kioe A Sen zei terecht tijdens de herdenking dat er “diepe wonden zijn geslagen en dat er fysieke en mentale wonden zijn achtergelaten.”
Het is daarom terecht dat de herdenking weer is opgepakt nadat deze onder de vorige regering om onduidelijke redenen was geschrapt. Maar dat het ministerie van Defensie verzuimd had de nabestaanden van de gesneuvelden uit te nodigen, is onbegrijpelijk. “Een protocollaire fout”, zei minister Krishna Mathoera daarover. Ze bood haar verontschuldigingen aan en beloofde dit te gaan herstellen. Hoe ze dat denkt te gaan doen, liet ze in het midden.
Het is typerend dat het ministerie niet eens in staat is de mensen uit te nodigen voor wie het werkelijk bedoeld is. Het toont eens te meer aan hoe beroerd het binnen de regering nog altijd gesteld is met de communicatie. En dat terwijl daarvoor de afgelopen drie jaar tientallen dure krachten zijn aangetrokken.
Maar ook de nog levende ex-militairen roerden zich tijdens de bijeenkomst weer eens. De veteranen beklaagden zich over de slechte behandeling die ze na die periode van opeenvolgende regeringen hebben gekregen. Menigeen is zelfs om onduidelijke redenen ontslagen en volledig aan het lot overgelaten. Waardoor ze in de meeste gevallen ook geen recht op een pensioen hebben.
Anderen kampen met ernstige psychische problemen, waar ze geen of nauwelijks zorg voor krijgen. Ze drongen er bij Mathoera op aan dat hun situatie verbeterd wordt, zoals ze dat ook al vele malen tevergeefs bij haar voorgangers hadden gedaan.
Ex-militairen en ook de nabestaanden zijn door de autoriteiten vergeten en in een vergeethoek gedrukt. Zeker in deze moeilijke tijden zouden ze de financiële en mentale ondersteuning moeten krijgen die door tal van beleidsmakers is beloofd.
Die ze al jaren wordt onthouden maar waar ze recht op hebben. Het zou al een stap in de goede richting zijn als het ministerie in de toekomst het fatsoen kan opbrengen hen uit te nodigen voor een voor hen zo’n belangrijke plechtigheid.