Eind januari van dit jaar staat een vrouw op tijdens de instelling van het Volkstribunaal voor Tribale Volkeren in Brokopondo. Ze vertelt over de onrechtvaardige behandeling die de Saamaka hebben gekregen tijdens de bouw van de stuwdam en de aanleg van het stuwmeer. “Bruma no ben lobi so en a yepi den sma disi”, zegt ze met een krachtige stem. Ze wordt door emoties overmand wanneer ze het heeft over de dood van Eddy Bruma, haar vader. “Ik kan het zelden over de moord op mijn vader hebben zonder een brok in de keel te krijgen”, vertelt ze zes maanden later in een emailwisseling.
door Euritha Tjan A Way
Met een stem waar de emoties duidelijk in doorklinken vertelt Hermine Haman in Brokopondo in foutloos Sranan over haar vader, de jurist Eddy Bruma, de man van Wie Eegie Sanie en praktiserend advocaat. Hij overleed op 6 november 2000, na op 19 oktober bij zijn huis te zijn aangevallen. Hij kreeg een verwonding aan het hoofd en werd daarna nooit meer wakker.
Op 6 november 2000 staat op de voorpagina van de Ware Tijd een kort bericht over het heengaan van Bruma. Het is kennelijk tijdens een vergadering van De Nationale Assemblee, bekendgemaakt en het artikel spreekt van een aangeslagen toenmalige president Ronald Venetiaan.
De West meldt ook een soortgelijk bericht, en de krant schrijft daags na de dood van Bruma een uitgebreid artikel over de bijdrage van deze grote Surinamer aan het nationalistische gevoel van Suriname. Zowel de West als de Ware Tijd opent op de dag na zijn begrafenis met een foto van de plechtigheid op de voorpagina.
Nooit opgelost
Maar de kranten die in die tijd doorspekt zijn van berichten over de 8 decemberperikelen, besteden in de maand november niet zoveel aandacht meer aan de zaak. Duidelijk is dat de moord op Bruma die bij zijn huis werd aangevallen door een belager die zijn schedel insloeg niet is opgelost. Maar Haman kan niet veel vertellen over het onderzoek dat ze voor haar PhD doet naar haar vader. “Gezien mijn eigen onderzoek, kan ik weinig vertellen over de informatie die ik nu heb”, antwoordt ze dan ook op vragen over de band die zij had met haar vader.
‘Wi no kan tan poti wan tra tongo moro hey moro wi eygi tongo. Yu tongo na (fu) yu.’
“Maar ik kan het zelden over de moord op mijn vader hebben zonder een brok in de keel te krijgen”, schrijft ze veelbetekenend. “Ik ben er trots op de dochter van Eddy Bruma te zijn en hij verdient het dat zijn naam genoemd blijft worden”, vervolgt ze. Na haar doctorale juridische en postdoctorale bedrijfskundige opleiding wilde zij graag promoveren “én ik wilde de biografie van mijn vader schrijven. De biografische methode is nu, in tegenstelling tot de tijd waarin ik afstudeerde, niet meer weg te denken als sociaalwetenschappelijke studie. Ik realiseerde mij dat als ik op een gedegen wijze een biografie van de figuur Bruma wil schrijven, ik daar heel veel onderzoek voor zou moeten doen. De keuze om de biografie als proefschrift te schrijven lag daarom voor de hand”, schrijft Haman.
Eurocentrisch
Een andere reden waarom zij zich met historisch onderzoek bezighoudt, is om wat haar vader haar vaak voorhield. “Hij vond dat onze geschiedenis al veel te lang vanuit een eurocentrisch perspectief geschreven is en dat wij zelf onze historie moeten onderzoeken en beschrijven.” Onderzoek naar de geschiedenis van Suriname en dan ook de inheemsen doet ze al jaren. Dat resulteerde tijdens een lezing over de Manspasi-expositie in het Nationaal Archief Suriname in april van dit jaar op een onverwacht, maar niet minder gewaardeerd eerbetoon: twee vrouwen met traditionele inheemse hoofdtooi op doen haar een traditionele schouderdoek en hoofdband om.

Een van hen is Muriel Fernandes voorzitter van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname. “In mijn contact met de Inheemsen is er een bijzondere band ontstaan tussen mij en de groep mensen die mij de schouderdoek en de hoofdband aanboden en omdeden. Behalve dat ik zelf Inheemse roots heb, doe ik ook onderzoek naar de historie van de eerste bewoners van Suriname. De resultaten stel ik ter beschikking aan Inheemsengroepen waar ze relevant voor zijn.”
Haman benadrukt dat in de hele koloniale periode er veel verzet is gepleegd door de mensen die dit land al duizenden jaren bewoonden voordat Europeanen dit land bezetten en anderen hierheen haalden. “Archeologisch onderzoek wees uit dat Suriname al in het tiende millennium, dus 10.000 jaar voordat de christelijke jaartelling begon, bewoond werd door inheemse volkeren. Vaak begint de geschiedschrijving van de Amerika’s onterecht bij Columbus en worden de echte Amerikanen, de native’s totaal weggecijferd”, legt ze uit.
De Surinaamse nationalisten, naar wie zij nu onderzoek doet, beginnen hun verhalen trouwens ook met de strijd van de marrons. “Ondergesneeuwd raakt hierbij het feit dat ook de Inheemsen als slaven werden ingezet en dat zij een tien jaar durende oorlog gevoerd hebben die de kolonie Suriname op de rand van de afgrond deed balanceren. De eerste bewoners van Suriname dwongen bij de vrede die de koloniale overheid gedwongen was met hen te sluiten onder andere af dat inheemsen niet meer als slaven te werk mochten worden gesteld in de werkkampen die de blanken eufemistisch ‘plantages’ noemden.” Voor het onderzoekswerk en het boven water halen van deze door de geschiedschrijvers verzwegen feiten zijn de mensen haar erkentelijk en met de huldiging gaven zij daar blijk van.
Iniberetori
Haman is niet zo van de publiciteit en juist wel van onderzoek. Afspraken voor een fysiek interview werden verschoven om nieuw materiaal over haar vader in te zien. “Als ‘dochter van’ gaan voor mij veel meer deuren open en komt er veel meer informatie boven tafel dan voor anderen. Srananman no e taki iniberetori nanga dorosey sma”, zegt ze, terwijl ze beaamt veel informatie verzameld te hebben.
De PHd-kandidaat is het voorbeeld dat de wijsheid die zegt dat afkomst geen belemmering hoeft te zijn in het streven naar beterschap waar is. “Ik ben door mijn grootouders op boyti opgevoed. Mijn grootvader (de vader van mijn moeder) is van Indiaanse afkomst. Wij hadden in die tijd, de jaren zestig en begin zeventig van de vorige eeuw, geen elektriciteit en ook geen waterleiding. Wij gebruikten opgevangen regenwater en water uit de put. Als de schemering intrad, gingen de kokolampu’s aan.”

Het is ook vanuit boyti dat zij naar de middelbare school in de stad ging. “Vijf uur ’s morgens opstaan, baden met koud water dat ik de middag daarvoor had klaargezet, lopen naar de hoofdweg voor de bus van zes uur. Om zeven uur moest ik in de klas zitten en na school wachtte ik met nog ander boytikinderen soms urenlang”, beschrijft zij het tot nu toe bekende tafereel onder een grote boom, nabij het J.C. de Miranda Lyceum aan de Coppenamestraat. “Ay, in dat opzicht mi waka wan fara pasi, ma mi ati firi prodo te mi e denki a ten dati. A meki mi suma mi de tide.”
Sranan
Hoewel Haman ook een van de betrokkenen is bij de facebookgroep Kruderi nanga Krutu ini Sranan en vader-Bruma met Wie eegie Sanie meer waardering bracht voor het Sranan, zegt ze haar affiliatie met de taal vooral te hebben van haar grootouders. “Het Sranantongo heb ik meer van mijn grootouders, die Sranantongo met elkaar en met mij spraken; het is mij dus met de paplepel ingegoten. Het is bekend dat ook mijn vader een voorvechter van het Sranantongo was en dat hij met Wie Eegie Sanie velen de liefde en waardering voor de taal heeft bijgebracht. Ik ben in de positie mijn steentje aan dit werk bij te dragen. Wi no kan tan poti wan tra tongo moro hey moro wi eygi tongo. Yu tongo na (fu) yu.”
Haman heeft net als haar vader een diepgeworteld verlangen naar een ander soort Suriname. Eén die het belang van de natie vooropstelt en die haar ‘kinderen niet opeet’. “Mijn droom voor Suriname is dat dit land op de juiste wijze wordt geregeerd en ontwikkeld met oog voor alle lagen van de bevolking. Mijn vader heeft er altijd op gehamerd dat wij de juiste mensen op de juiste plekken moesten plaatsen.”
Geen corruptie
Overheids- en semi-overheidsfuncties moeten door gespecialiseerde personen bekleed worden, zoals dat ook in de zakenwereld gebeurt, vond Bruma. Alleen zo kunnen wij van een onafhankelijk land een welvarend land maken. “Om dit te doen heb je mensen met visie nodig. Er is een goed economisch beleid vereist. Corruptie is een doodzonde en funest voor een jong land, kijk maar naar andere landen die onder het koloniale juk vandaan zijn gekomen, maar corruptie niet hebben afgezworen. Een halve eeuw later zijn veel van die landen onderontwikkeld gebleven.”
‘O moro langa wi e wakti, o moro dipi wi o sungu, o moro tranga wi sa musu wroko fu doro pe wi musu de. Bruma warskow unu’
Haman zegt dat er geïnvesteerd zal moeten worden in onderwijs en gezondheidszorg. “Wij moeten streven naar een gezonde en hoogopgeleide bevolking met de juiste normen en waarden. Dit alles kan ook alleen in een veilige en schone leefomgeving. Dit is een uitdaging, maar geen onmogelijke opgave.” Er zijn voorbeelden van landen die na dekolonisatie wel florerend zijn geworden. “Kijk maar naar Singapore met zijn sterke leider Lee Kuan Yew. Laat hier een sterke slimme leider opstaan die het land uit het slop trekt. O moro langa wi e wakti, o moro dipi wi o sungu, o moro tranga wi sa musu wroko fu doro pe wi musu de. Bruma warskow unu.” Zo sluit ze haar antwoorden af. Het lijkt alsof de punt achter deze zin geen enkele uitleg nodig heeft. Haman droomt net zo groot als Bruma.-.