Door het Universiteitsinstituut Kinderrechten (UK) worden studenten gestimuleerd om onderzoek te doen binnen het jeugdrecht. Student Shamora Troenopawiro heeft voor het vak Jeugdrecht desk research en kwalitatief onderzoek gedaan naar de rol van het kinderombudsbureau bij onder andere openlijke geweldpleging tussen jeugdige scholieren. Kinderen dienen conform het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) beschermd te worden tegen elke vorm van geweld, inclusief openlijke geweldpleging tussen jeugdigen. Het UK publiceert hiervan een samenvatting, gezien het feit dat dit onderwerp zeer actueel is.
Uit recente persberichten blijkt, dat jeugdige scholieren slachtoffers en daders worden van geweldsdelicten. Op grond van artikel 19 van het IVRK, dienen kinderen beschermd te worden tegen alle vormen van geweld, mishandeling en verwaarlozing. Voorts wordt uit General Comment 2 (richtlijnen van het V.N. Comité Rechten voor het Kind, ohchr.org) afgeleid dat op grond van artikel 4 IVRK staten, die partij zijn “alle passende wettelijke, bestuurlijke en andere maatregelen dienen te nemen om de in dit Verdrag erkende rechten te verwezenlijken”. Daarbij kunnen onafhankelijke nationale mensenrechteninstellingen zoals een ombudsbureau, een belangrijk mechanisme zijn om de uitvoering van het Verdrag te bevorderen en te bewerkstelligen.
In Suriname is er momenteel nog geen ombudsbureau, maar er ligt een conceptwet voor de invoering ervan klaar op het Ministerie van Justitie en Politie. In het kader van dit voorstel is er nader onderzoek gedaan naar de rol die dit bureau kan vervullen in de Surinaamse gemeenschap.
De probleemstelling die hieruit volgt is: “Wat kan de betekenis zijn van een kinderombudsbureau in cases van openlijke geweldpleging tussen jeugdige scholieren”?
Voor de naleving van het IVRK is toezicht en controle nodig. Een Kinderombudsbureau zou hiervoor een geschikt instituut kunnen zijn in het kader van preventief beleid. Dit bureau kan advies uitbrengen aan de regering en het parlement over wetgeving en beleid omtrent jongeren. Klachten omtrent het niet adequaat functioneren van hulpverleningsinstanties mogen ook gedeponeerd worden bij het ombudsbureau.
In de cases van openlijke geweldpleging tussen jeugdige scholieren kan het Kinderombudsbureau een grote aanvulling zijn door actief (on)gevraagd informatie te verschaffen en voorlichting te geven. Artikel 17 IVRK verplicht Staten om minderjarigen toegang te geven tot informatie. Doordat zij op de hoogte zijn van het bestaan en de betekenis van kinderrechten, zullen de wetgever en beleidvoerders een druk van buitenaf voelen om aan deze kinderrechten te voldoen. Jongeren krijgen hiermee de mogelijkheid om zelf een schending van hun rechten te herkennen en hiertegen op te komen. Bewustwording onder de jeugd zal ertoe leiden, dat kinderrechten een meer prominente plaats op de agenda van beleidsmakers krijgt. Hiermee wordt de cultuur van respect voor kinderrechten bevorderd alsook de positie van minderjarigen verbeterd. Het is namelijk belangrijk dat bij geweldpleging tussen scholieren, de rol van de ouders/verzorrgers en de school in de opvoeding worden meegenomen.
Het Universiteitsinstituut Kinderrechten vult aan, dat op kort termijn de jeugdvoorlichting landelijk op gang dient te komen en de gevolgen van geweld tussen jeugdigen onderling, aan de orde komt. Hierin zou de pas ingestelde Jeugdraad eveneens een actieve rol kunnen vervullen. Voorts blijkt uit het onderzoek National Response Violence against Children (2017), dat de noodzaak voor ouderprogramma’s heel hoog ligt. Ouders ondersteunen in de opvoeding van kinderen is urgent in het hedendaagse digitale tijdperk. Het organiseren van de beschikbaarheid van ouderprogramma’s in alle districten via o.a. het Medisch Opvoedkundig Bureau, is een sterke aanbeveling uit het onderzoek van 2017.
Het UK hoopt hiermee middels onderzoeksresultaten een bijdrage te leveren aan jeugdvraagstukken.
Het UK managementteam.