Brunswijk is in zijn korte toespraak als waarnemend president op het Onafhankelijkheidsplein tijdens de viering van het Javaans nieuwjaar, ook ingegaan op wat hem steekt over het aanpassen van de Kiesregeling en de grondwet. Hij gaf eerst aan dat Somohardjo, voorzitter van de Pertjajah Luhur, "niet zomaar" een leider is. "We konden niet meer naar de stembus," geeft Brunswijk aan. "Ik luister naar hetgeen gezegd wordt maar men moet niet vergeten dat meneer Somohardjo heeft meegestreden om de democratie terug te brengen in dit land."
"Nu schreeuwt men over het kiesstelsel en dat Brunswijk geen president mag worden…mek' den pley den poku da den dansi en. Want toen de hete pot op het vuur stond kon niemand het van het vuur halen. En nu de situatie is afgekoeld gaat men praten. De jongeren weten het niet maar in Suriname konden we niet meer stemmen. Maar dankzij de grote bijdrage van de persoon die hier staat -en ook van meneer Somohardjo- kunnen we nu weer nar de stembus."
Brunswijk benadrukt: "Stemmen kon niet meer maar door onze bijdrage aan de strijd tussen leven en dood om de democratie terug te doen keren in Suriname... maar dan zie je dat, ik zeg niet dat de mensen ondankbaar zijn, dat zeg ik niet. Ik laat alles aan de Almachtige over want wat de mens ook mag willen, alleen de Almachtige bepaalt wat er moet gebeuren." Hij kondigt aan dat "den ma san e taki den sani, mi o piki den wan fu den dey. Tide ano a dey."