Samuel Wens, correspondent van de Ware Tijd in Boven-Suriname, heeft met enkele plaatselijke personen gesproken over hoe ze het Ketikoti-gevoel ervaren. Uit de gesprekken blijkt dat in maar een tiental van de ongeveer zestig dorpen in Boven-Suriname de afschaffing van de slavernij wordt gevierd. Dat zijn dorpen waarvan de mensen zijn gekerstend, bekeerd zijn tot het christendom, wordt verklaard.
Tekst en beeld Samuel Wens
Wens herinnert zich dat in de jaren zeventig, toen hij nog op de lagere school zat, in Botopasi de afschaffing van de slavernij op bijzondere wijze werd herdacht. Er werd een kerkdienst gehouden, waarbij traditionele liederen werden gezongen en de Heer dank werd gebracht voor de verkregen vrijheid. Het kerkgebouw werd versierd met pangi en palmtakken. De ouderen beeldden in toneelstukken de strijd tussen de slaven en de meesters uit. Iedereen was betrokken bij het feest van de verbroken ketenen.
Fastforward naar 2023 en de conclusie is dat de herdenking van 160 jaar afschaffing van de slavernij niet overal meer leeft in het Boven-Surinamegebied. “Het is jammer dat de activiteiten uit mijn jeugd die ouderen toen organiseerden niet worden voortgezet. Het is belangrijk om deze nationale feestdag ook in het binnenland te herdenken, maar dan moet er wel geld zijn.”
“Het dorp Pikin Slee houdt zich niet bezig met 1 juli”
Joney Doekoe
Niets met 1 juli
Gekleed in een fleurige pangi met een angisa op staat Joney Doekoe, directeur van het Saamaka Museum in het dorp Pikin Slee, de krant te woord kort na een bezoeker in het museum te hebben rondgeleid. In haar dorp wordt er nauwelijks aandacht geschonken aan 1 juli. Dat is anders in zusterdorpen als Abenaston, Botopasi en Futunakaba waar Ketikoti van oudsher wel wordt herdacht.
Daar is er volgens Doekoe een simpele verklaring voor. “Die dorpen zijn verwesterd, vanwege de kerk en de school van de Evangelische Broedergemeente in Suriname”, stelt ze. Gewoontegetrouw trekken daarom veel jongeren van haar dorp naar onder meer Botopasi en Futunakaba, die op loopafstand liggen, om de sportactiviteiten die rond 1 juli worden georganiseerd te bezoeken.
Doekoe vertelt dat toen het rooms-katholieke bisdom in de jaren tachtig in Pikin Slee een school stichtte, er op 1 juli op het schoolterrein wel activiteiten waren. Zo werden er voordrachten gehouden en vonden culturele opvoeringen plaats. Maar duidelijk is dat in dit traditionele dorp het Manspasi-gevoel niet leeft. “Het dorp houdt zich niet bezig met 1 juli.” Dit wordt onderschreven door Justus Eduards, oud-onderwijsinspecteur van het RK-schoolbestuur.
Beeldhouwwerken
Het standbeeld van Kwakoe aan de dokter Sophie Redmondstraat is gemeengoed. Vrijwel iedereen in Suriname kent het en weet ook dat er elk jaar op 1 juli, Ketikoti, daar kransen worden gelegd. Wat niet (algemeen) bekend is, is dat het een beeltenis is van Etja Kwakoe van de Nasi-lo in het Saramaccaanse gebied in Boven-Suriname. Dit historische feit bevestigt beeldhouwer Edje Doekoe van Pikin Slee, die in zijn atelier een Kwakoe-kunstwerk heeft staan.
Hij heeft zijn atelier niet ver van het museum, dat ook werken van hem in de collectie heeft. Zijn atelier staat vol met kunstwerken, waarbij het houten beeld van Kwakoe in het oog springt. Hij legt uit waarom hij het maakte.
“Vóór 1 juli 1863 woonden wij als vrije mensen in het oerwoud, omdat wij ons onder aanvoering van heldhaftige strijders, zoals Etja Kwakoe, wisten te ontworstelen aan de slavenhouders.” De beeldhouwer pleit ervoor om ook de Saramaccaanse helden uit die periode te herdenken. “Daarom heb ik het beeld van Kwakoe gehouwen.”
Farula Antomoi, leerkracht op de EBGS-school te Botopasi, heeft samen met haar ouders vorig jaar een toneelstuk over slavernij geschreven en met leerlingen en collega’s van de school meerdere keren voor de dorpelingen opgevoerd. Voor de viering van de emancipatie dit jaar heeft de school niets op het programma staan. Ook geen sportactiviteiten. “Er zijn geen middelen om iets te organiseren”, zegt schoolhoofd Lucenda Schmidt