door Audry Wajwakana
PARAMARIBO — “De Surinaamse geschiedenis is veelal met een koloniale blik geschreven. Door de mensen van de groepen die naar Suriname zijn gekomen te betrekken, krijg je er toch wel een ander beeld over”, zegt nationaal archivaris Rita Tjien Fooh tegen de Ware Tijd.
Hoewel Suriname dit jaar 150 jaar Hindostaanse immigratie, 160 jaar Ketikoti, 170 jaar Chinese immigratie en de minder bekende Libanese immigratie herdenkt, heeft het Nationaal Archief Suriname (NAS) ervoor gekozen om veel groepen die naar Suriname zijn gekomen in de nieuwe tentoonstelling ‘Contractarbeid en migratie, het gemeenschappelijk verleden als basis voor de toekomst’ te belichten.
“De rode draad van deze tentoonstelling is om te laten zien dat alle groepen uiteindelijk hebben besloten om Suriname tot hun vaderland te maken”
NAS-directeur Tjien Fooh
Info delen
Het NAS, dat oude documenten beheert, wil door middel van exposities op een laagdrempelige manier de informatie met het publiek, voornamelijk de jeugd, delen. In de tentoonstelling zijn de geschiedenis van de Boeroes, Hindostanen, Joden, Chinezen, Javanen, Libanezen en Haïtianen opgenomen.
Voor de tot slaaf gemaakten en inheemsen wordt er een aparte tentoonstelling ingericht. De expositie over de geschiedenis van de tot slaaf gemaakten gaat het NAS in samenwerking met het Stadsarchief Amsterdam opzetten. Deze wordt op 30 juni geopend.
Over de inheemsen heeft het NAS nog onvoldoende materiaal. “We moeten nog heel goed onderzoek daarin doen en ook praten met de mensen”, zegt Tjien Fooh. Ze verwacht komend jaar met het onderzoek te beginnen.
Eenheidsgedachte uitdragen
Uitgangspunt voor elke tentoonstelling van het NAS zijn de archieven die het bezit. “We hebben heel veel, maar tegelijkertijd zijn er ook hiaten en daarom hebben we die doorgetrokken naar het heden”, vertelt Tjien Fooh.
NAS-medewerkers hebben met vertegenwoordigers van de groepen gesproken en samengewerkt voor de totstandkoming van deze expositie. Zo is aan muzikant Kries Ramkhelawan gevraagd wat hij doet om de cultuur van zijn voorouders uit India te behouden. Bij de Libanezen is Monique Nouh Chaia benaderd om meer inzicht te geven wat deze groep precies doet. De overige personen zijn Lily Duym van de Joodse synagoge en Martin Loor van de Boeroes.
Bij de Javanen is Cindy Radji, directeur van Garuda Radio en Televisie, bijvoorbeeld gevraagd hoe het staat met het behoud van de Javaanse taal. Over de ontwikkeling van het ondernemerschap onder de Javanen is Jurmic Partodongso van de organisatie Ngogosari benaderd.
Bij de hedendaagse geschiedenis, die weinig in de archieven is belicht, zoals bij de Haïtianen, is aan vertegenwoordigers gevraagd hoe zij hun cultuur (nog) beleven. “De rode draad van deze tentoonstelling is om te laten zien dat alle groepen die door de kolonisator zijn gehaald om te werken en de groepen, zoals de Boeroes, Joden, Libanezen en Haïtianen die naar Suriname zijn gekomen, uiteindelijk besloten hebben om Suriname tot hun vaderland te maken. De basis om ons land verder te ontwikkelen”, zegt Tjien Fooh. Een manier om de eenheidsgedachte te promoten.
Landelijke uitstraling
Omdat niet alle verhalen in de expo op de panelen kunnen worden verwerkt, is er aanvullende informatie, waaronder documenten, publicaties, unieke (oude) foto’s en artefacten, op tafels geplaatst. De meeste zijn aangeleverd door de benaderde groepen. Zo zijn er heel oude privéfoto’s van de groep Chinezen en Joden met hun unieke verhalen. Bij de Haïtianen zijn er nog veel publicaties dus laten ze meer artefacten laten zien. NAS wil meer gaan samenwerken met de gemeenschappen.
De expo werd geopend door Mohamad Eskak, directeur op het ministerie van Binnenlandse Zaken en Jack Uden, voorzitter van de nationale commissie Jubileumjaren. Aanwezig waren vertegenwoordigers van de Suriname United Chinese Assosiation (Scua) en leerlingen van de Polanenschool.
De tentoonstelling is financieel ondersteund door de overheid via de nationale commissie. Uden zegt dat voor alle ingediende projecten als voorwaarde is gesteld dat ze een cultuur educatief karakter dragen, bestemd zijn voor jong en oud en ook een landelijke uitstraling moeten hebben. De expo in NAS duurt tot 17 juni en zal daarna naar de districten worden gebracht. “Ook zij verdienen het om hun geschiedenis te leren kennen. Ik hoop dat de expo bijdraagt aan de eenheidsgedachte”, zegt Uden.