ACHTERGROND: Een kwart eeuw Jetzza International

Gepubliceerd op:

Bron: De Ware Tijd

Lees voor mij

PARAMARIBO - Begonnen als een kleine salesman die levensmiddelen opkocht en verder distribueerde in de eindjaren tachtig, is John Alladin nu directeur van een goed lopend bedrijf in bouwmaterialen: Jetzza International. Het is één van de modernste en goed gesorteerde zaken in de branche. Alladin, zelf oprichter van het bedrijf, heeft wat er nu staat aan de Fred Derbystraat bereikt door hard werken en de juiste instelling. De winkel bestaat dinsdag precies 25 jaar.

Terugblikkend is de grondlegger niet ontevreden over wat hij van zijn onderneming heeft gemaakt. "Ik ben nooit afhankelijk geweest van welk regiem dan ook. Ik mag mezelf rekenen tot een succesvolle ondernemer en ik ben trots daarop."

Dat 'baas John', zoals hij vaak wordt genoemd, een vriendelijke geest is blijkt uit de manier waarop hij wordt aangesproken door personeelsleden. Vriendelijk en met een glimlach verwelkomt hij de Ware Tijd in zijn kantoor. "Mi na Pur' panyi (Poelepantje, ... red.) boy" merkt de ondernemer op wanneer hij zijn verhaal begint over het ontstaan van Jetzza International.

Van huis uit is hij aardrijkskundeleerkracht en was hij jaren lang hoofd van de Ansarischool achter de moskee aan de Kankantriestraat. Na langer dan tien jaar werken, kreeg hij in 1986 meningsverschillen met het bestuur van de Surinaamse Moesliemassociatie, waaronder de school valt. "Ik besloot toen om bij de overheid te gaan werken, maar ik moest dan opnieuw beginnen. Ik moest dus districtsjaren maken", herinnert Alladin zich.

Hij mocht kiezen tussen Marowijne, Nickerie en Brokopondo. "Ik koos voor Moengo in Marowijne omdat ik het altijd een mooie plek vond", motiveert hij zijn besluit van toen. Na amper een maand als leerkracht op een LBGO-school in het bauxietstadje te hebben gewerkt, moest hij samen met zijn echtgenote terug omdat de Binnenlandse Oorlog tussen het Junglecommando en het Nationaal Leger was uitgebroken. "Voor mijn pech begon de gijzeling van militairen op de brug bij Stolkertsijver waarmee de Binnenlandse Oorlog was begonnen. Het werd steeds heftiger en de overheid riep ons terug naar de stad."

 

Terug in Paramaribo kreeg Alladin geen vaste school om les te geven. Hij mocht wel invallen op verschillende scholen wanneer een collega verhinderd was. Dat vond hij niet leuk omdat hij van nature graag bezig is. "Ik kon me niet productief inzetten, ik zat maar te zitten, terwijl ik zo graag les wilde geven."

Dit leidde tot frustratie wat maakte dat hij een keer zelfs zonder toestemming van de schooldirecteur wegliep. "Ik vroeg hem om weg te gaan want ik voelde me niet lekker maar hij behandelde me alsof hij een dictator was. Ik was natuurlijk fout om me zo te gedragen, maar mi du leki wan ghettoman en mi waka gwe gewoon", vertelt hij met een ondeugende trek op zijn gezicht.

Nadat hij wegliep van de school, ging Alladin regelrecht naar de Centrale Markt waar hij tot rust probeerde te komen. In gedachten verzonken maakte hij vervolgens een wandeling in de binnenstad. "Ik zag vlak aan de overkant de vader van drie jongens die ik in mijn tijd als schoolhoofd op de Ansarischool had geholpen. Het waren ondeugende jongens dus ik had ze op verzoek van hun vader aangesproken en hun gedrag was veranderd. Die man was me altijd dankbaar daarvoor dus toen hij me zag kwam hij naar me toe om te vragen hoe het met me gaat."

 

Die man, ene Ramsaran, motiveerde hem na een tijdje praten diezelfde dag om salesman te worden. "Hij gaf me een naam, telefoonnummer en adres waar ik kon gaan om goederen te halen om door te verkopen."

Hoewel het beroep van salesman hem in het begin niet aantrok, besloot hij de uitdaging toch aan te gaan. Het ging voornamelijk om voedingsmiddelen zoals koffie, maggieblok en speculaas. Die goederen waren volgens hem schaars in de jaren tachtig. "Ik nam een pakket maar ik wist nog niet waar ik het zou verkopen."

Hij vroeg zijn buurvrouw die in het klein spullen verkocht of ze geïnteresseerd was en dat was ze. "Ik gaf haar twee dozen met spullen. Tamara a vrouw kon nanga bun furu moni", vertelt hij lachend. Zo begon hij langzamerhand aan zijn nieuwe baan.

Door tussenkomst van Iwan 'Loeti' Vijfhoven, een bekende jongen van de buurt in die tijd, kon hij grotere partijen verkopen omdat die jongen vloeiend Chinees sprak en ook de connectie had met veel Chinese handelaren. "Toen we een aantal winkels begonnen te voorzien had ik geen handen genoeg om te verkopen. Wat ik toen verdiende was veel meer dan mijn salaris als leerkracht, dan mi ede bigin drai." Toch had hij het onderwijs nog niet helemaal gelaten, omdat de liefde voor dat beroep er altijd was. Zijn handel dreef hij in zijn vrije tijd, omdat hij les was blijven geven.

Nadat een hele tijd levensmiddelen te hebben verkocht kwam hij in contact met iemand die bij Elgawa werkte. "Toen begon ik met bouwmaterialen en daarin vond ik mijn passie." Behalve dat de materialen geen vervaldatum hadden, wat de druk om te verkopen verminderde, kostte het minder energie om ze af te zetten.

 

In het begin was het een soort hosselcultuur maar als ondernemer kon hij er structuur in brengen in de vorm van een bedrijf. In drie jaar tijd heeft Alladin genoeg kunnen sparen om het terrein waar de winkel nu staat te kunnen kopen en bebouwen. Op 11 augustus 1995 opende hij een eigen winkel. De naam Jetzza is de afkorting van de voornamen van hemzelf, zijn vrouw en hun vier kinderen.

Vier maanden nadat de winkel officieel was geopend, kreeg 'baas John' de Belastingdienst op zijn stoep. Hij had vanaf de periode toen hij als hosselaar goederen aan de man bracht, geen belasting betaald. "Den man leg beslag tapu ala sani want ik kon als onderwijzer niet verklaren van waar ik het geld had om zo een groot pand te bouwen."

Na een goed gesprek met een zekere meneer Zeedijk die één van de leidinggevenden bij de Belastingdienst was, mocht hij de belastingschuld in termijnen aflossen. "Ik ga deze man nooit vergeten want hij heeft me echt geholpen anders was ik alles weer kwijt. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik door kon gaan", zegt de ondernemer dankbaar.

Naast de belangrijke bijdrage van Ramsaran en Zeedijk in de ondernemers- carrière van Baas John, is de steun van zijn echtgenoot van onschatbare waarde. "Ik zou dit alles niet hebben kunnen bereiken zonder de juiste vrouw in mijn leven. Ze stond altijd naast en achter me", benadrukt hij.

Daarnaast is zijn oude schoolvriend Pahladsingh ook altijd erbij geweest. "Hij heeft aan de wieg gestaan van de bouw van dit pand, altijd ondersteund en is ook de enige aandeelhouder naast mijn gezin", verduidelijkt Alladin. Ook zijn oudste zoon Earl, die nu alles coördineert, verdient volgens hem lof voor zijn aandeel bij de modernisering van het bedrijf.

 

Op 11 januari 1998, precies drie jaar na de opening van de winkel, krijgt baas John de eerste grote tegenslag. Het pand vliegt in brand en de benedenverdieping waar de winkel toen al gevestigd was gaat in vlammen op. "Het was in dat jaar volgens mij de grootste brand. Dat was een zware klap." Mede door de inzet van zijn personeel kon de zaak snel worden herbouwd.

In datzelfde jaar kreeg het bedrijf een tweede klap toen een cambio die in het zelfde gebouw was ondergebracht werd overvallen. Twee medewerkers werden daarbij neergeschoten. Baas John is vooral dankbaar dat beide slachtoffers er toch goed van af zijn gekomen en nog steeds verbonden zijn aan het bedrijf.

De terugval door de huidige coronacrisis is volgens hem ook te merken, maar hij is ervan overtuigd dat ook deze zware periode zal worden overbrugd. Hij benadrukt dat hij als ondernemer meerdere crises heeft meegemaakt vanaf de jaren tachtig. Als voorbeeld noemt hij de koersontwikkeling en andere financiële problemen die zijn ontstaan door misstanden in het land. "We hebben dit altijd kunnen doorstaan dus ook de coronaperiode gaan we overleven. Ik heb altijd eerlijk en hard gewerkt daarom heb ik maar éen winkel; als ik verkeerde dingen deed had ik misschien tien winkels. Ik ben nooit afhankelijk geweest van welke regering dan ook om extra miljoenen te verdienen en ik ben trots daarop."

De grootste wens van Alladin is dat Jetzza International blijft groeien, ook wanneer hij niet meer de directeur zal zijn. De organisatiestructuur van het bedrijf zal zo professioneel en zakelijk zijn dat de onderneming met of zonder familie altijd moet blijven bestaan. Hij wijst erop dat een aantal familiebedrijven in Suriname dat hebben kunnen realiseren en Jetzza gaat ook die richting op. Baas John: "Ik kijk naar bedrijven die een structuur hebben ingebouwd waarbij ze onafhankelijk van emoties en familie zijn blijven bestaan en zijn blijven groeien."

Bekijk origineel bericht

 

Nieuwsberichten van vandaag

Bekijk alle nieuwsberichten

Wait