Op vrijdag 31 januari 2020 pleegde de 19-jarige Jurmain Manuel suïcide door zich te verhangen in de isoleercel. Jurmain was in oktober 2019 onderzocht door mij als forensisch psycholoog op last van de rechter. Hij kende volgens de staat van inlichtingen geen eerdere veroordelingen. Hij was nooit onder behandeling van een psychiater of psycholoog geweest.Â
Jurmain ondervond veel stress als gevolg van de verstoorde relatie met zijn moeder en oom. Vorig jaar nam hij een verdelingsmiddel in om zichzelf van het leven te beroven. Dit omdat hij zich nergens gewenst voelde. Hij kampte met minderwaardigheidsgevoelens en piekerde veel over het leven. De confrontatie met pijnlijke gevoelens maakte hem onmachtig en boos. Hij kon daar niet goed mee omgaan waardoor hij ook in de problemen kwam met Justitie.Â
Geadviseerd werd aan de rechter om Jurmain zijn delictgedrag in verminderde mate toe te rekenen. Om de kans op een herhaling te verkleining werd een delictgerelateerde behandeling bij het Forensisch Centrum nodig geacht, zodat hij middels een delictanalyse en delictpreventieplan zou kunnen leren om beter met gevoelens van afwijzing en stress om te gaan. Helaas heeft de behandeling als zodanig niet plaats kunnen vinden en nam Jurmain voortijdig een ander besluit.Â
Binnen de detentie verblijft een aanzienlijke groep verdachten en veroordeelden die net als Jurmain lijdt aan ernstige psychische stoornissen. Het probleem van suïcide in penitentiaire inrichtingen is omvangrijk en ernstig. Ongeveer 15% van de gedetineerden die verblijft in huizen van bewaring en daarna de inrichting heeft in het verleden een suïcidepoging ondernomen. Suïcide is de belangrijkste doodsoorzaak onder gedetineerden. We weten dat het hoogste risico plaatsvindt in de eerste drie maanden van de insluiting en dat dit mede wordt aangewakkerd doordat ze de opsluitingssituatie niet goed aan kunnen. Ongetwijfeld weten penitentiaire ambtenaren en andere functionarissen tal van suïcides af te wenden.
Op elk geval van suïcide zijn ten minste tien tot twintig gevallen van suïcidepoging of zelfbeschadigend gedrag waar te nemen. Zelfdestructief gedrag en suïcidepogingen zijn daarmee problematische gedragingen die frequent voorkomen en het dagelijks leven in detentie sterk beïnvloeden. Het gevaar sluimert aan de oppervlakte en kan plotseling de kop op steken. Omdat gedetineerden niet voor zichzelf kunnen zorgen, heeft de overheid een speciale verantwoordelijkheid voor hun gezondheid en veiligheid, maar ook zeker voor hun personeel dat dagelijks geconfronteerd wordt met psychisch zieke mensen en het vaak heftige ontregelende gedrag.Â
Voor het personeel kan zo’n ervaring traumatisch zijn en nadelige gevolgen met zich meebrengen. Het is dan ook van belang om te investeren in het vergroten van de kennis over de herkenning van risicogevallen door het personeel. Als forensisch psycholoog zou ik daarom willen pleiten een aantal preventieve maatregelen door te voeren. De introductie van een 'suïcide checklist' die wordt afgenomen binnen 24 uur bij insluiting van iedere gedetineerde, met punten waarvan uit de literatuur blijkt dat zij kunnen samenhangen met een verhoogd suïciderisico, is een eerste signaleringsstap.Â
De checklist zou afgenomen moeten worden door een verpleegkundige die hiertoe is opgeleid. De verantwoordelijkheid voor de eerste screening op suïciderisico dient daarmee te liggen bij de medische dienst. Omdat suïcidaliteit een complex verschijnsel is, zou vaststelling op basis van redenen, motieven en suïcide ideatie vervolgens plaats horen te vinden middels een diepgaand diagnostisch interview door een forensisch psycholoog of psychiater.Â
De oprichting van een multidisciplinair overlegorgaan in de inrichting, waar de arts, verpleegkundige, forensisch psycholoog en psychiater deel van uit maken, kan zorgdragen voor verdere preventieve maatregelen. Met een tijdige herkenning van en zo veel als mogelijk preventief handelen bij suïcidaliteit onder gedetineerden dragen we bij aan een gezond werk- en leefklimaat in de inrichting en huizen van bewaring. Uiteindelijk profiteren we daar ook als maatschappij van, want door een tijdige symptoombestrijding zal namelijk ook de kans op het plegen van een nieuw strafbaar feit worden verkleind.
Mw. Drs. D. Breuker,
Forensisch psycholoog en vast gerechtsdeskundige

