DE VOORZIENE ELLENDE waar verschillende instituten, individuele deskundigen en politici al langer voor waarschuwen bleek vorige week realiteit te zijn geworden. Na dagenlang vergaderen meldde de Surinaamse Bankiersvereniging het publiek dat van zijn eigen geld - de kasreserve - honderd miljoen US dollar is verdwenen.
Dat dit zou leiden tot een sneeuwbaleffect was te verwachten, en toch is wat de afgelopen vier dagen over Suriname is afgeroepen een ware poppenkast gebleken. Met als klap op de vuurpijl een aan labiliteit grenzende uitspraak van vicepresident Ashwin Adhin, die toegaf dat de regering het geld heeft gebruikt.Â
Hierdoor maakt hij wel duidelijk dat het onterecht is dat de bankiersvereniging alleen de vinger wijst naar de gewezen governor Robert van Trikt. Geld dat de Staat heeft gebruikt en dat van de Centrale Bank van Suriname komt, moet minister Gillmore Hoefdraad van Financiën passeren, een functionaris die keer op keer heeft bewezen geen betrouwbare partner te zijn als monetaire autoriteit.
Hoe bestaat het dan dat met voorkennis van de aard van het 'beestje', zonder zaken zwart-op-wit afgehandeld te hebben, toch is besloten om de kasreserve onder beheer van de bank te stellen. Het geld is nu weg en gezien de zwakte van onze monetaire reserves zal dat niet snel terugbetaald kunnen worden.
Nu blijkt dat Van Trikt in dit geval niet alleen gehandeld heeft, moet zijn vertrek onder een vergrootglas worden geplaatst. Beweerd wordt dat hij Hoefdraad niet langer ter wille wilde zijn en niet meer bereid was dieper in 's lands reserves te graaien om de regering drijvende te houden tot de verkiezingen.
De onwil van zijn voorganger Glenn Gersie om de Staat monetair te financieren, kostte ook hem zijn baan; immers, wat Hoefdraad c.q. de regering wil, moet ten koste van alles gebeuren. En natuurlijk is er nog steeds geen officiële verklaring van de regering, die slechts met de mond belijdt van het volk te houden, maar het intussen besteelt.
Met dat in het achterhoofd moet nu gekeken worden naar de situatie bij de CBvS. Daar zitten aan het roer drie deputy governors, functies die officieel niet bestaan in de Bankwet. Dus er dient zo snel mogelijk een waarnemer van of opvolger voor Van Trikt benoemd te worden, iets waar de regering kennelijk geen haast mee schijnt te maken. De facto betekent dit dat Hoefdraad de vrijheid heeft te (blijven) graaien in een pot waarvan de bodem al in zicht is.
Het begrotingstekort bedraagt SRD 7 miljard en de inkomsten - voor leningen - bedragen SRD 6 miljard. Met de CCC-rating van Fitch mag worden verwacht dat we nog maar heel moeilijk zullen kunnen lenen. Ook de lokale banken hebben een maximum aan krediet verstrekt aan de regering. Met de recente bridge loan bij Oppenheimer hebben we bovendien onze belangrijke inkomsten uit de aardolie en mijnbouwsector als onderpand vastgezet.
Conclusie: het lenen heeft ons - waarvoor zo vaak is gewaarschuwd door politici en deskundigen - de das omgedaan en er is geen geld om de dagelijkse uitgaven te financieren. De regering verdient een enorm brevet van ongeschiktheid en zeker de kop van Hoefdraad moet rollen, zoals in een democratie past. Meer smaken zijn er niet!