PARAMARIBO - De hogerberoepzaak van de stichting Centre for Public Affairs Suriname (CPAS) over intrekking van de wet Rij- en Voertuigenbelasting wordt zaterdag voortgezet. De Staat heeft aan de rechter een pleitnota overhandigd. “Als we kijken naar hetgeen de Staat op papier heeft gesteld, is het een herhaling van wat hij in de kantongerechtfase heeft gezegdâ€, zegt CPAS-voorzitter Anand Biharie.
De Staat heeft eerder opgeworpen dat de wet geldig is en dat de betaling van de belasting derhalve verplicht is. Door in herhaling te treden denkt Biharie dat de Staat hoopt dat de hogerberoepsrechters het eerdere vonnis van de kantonrechter zullen bekrachtigen, maar de kans daarop acht hij heel klein. Biharie moet op 21 februari reageren op de pleitnota. De CPAS-voorzitter is ervan overtuigd dat het vonnis van de rechter dat in het nadeel uitviel van de stichting in hoger beroep vernietigd zal worden.
Hij blijft bij zijn standpunt van een "onjuiste oordeelvorming" van de rechter. De stichting had naar voren gebracht dat de wet Rij- en Voertuigenbelasting in strijd is met de fundamentele grondrechten van de burgers. Biharie: "De rechter had willen lezen dat de wet niet verenigbaar is met de fundamentele grondrechten van de burgers in Suriname, terwijl in het recht vaststaat dat de termen 'niet verenigbaar zijn met' en 'in strijd zijn met' synoniem zijn van elkaar."Â In afwachting van de voortzetting van de zaak, roept Biharie de samenleving op om de belasting niet te betalen.
De overheid heeft begin deze maand bekendgemaakt dat de wet dit jaar zal worden gewijzigd, "zodat enkele bepalingen beter in overeenstemming gebracht kunnen worden met de maatschappelijke realiteit." In die overgangsperiode zijn personen die de belasting in 2019 hebben betaald daarvan gevrijwaard voor 2020. Wie vorig jaar niet heeft betaald, kan dit alsnog doen. Restitutie is niet mogelijk omdat betaling van de belasting dwingend is voorgeschreven door de wet, zegt de overheid.