PARAMARIBO - Het was geen makkelijk traject voor Javaanse contractarbeiders of vrije immigranten van Nederlands-Indië als zij wilden terugkeren naar hun geboorteland. Dat concludeert Helga Banks in haar historische analyse van de remigratie naar Nederlands-Indië van 1897 tot 1954. Zij heeft woensdag haar afstudeerpresentatie gehouden. Ze kreeg een zeven en behaalde haar Master Geschiedenis.
Banks: "Er waren omstandigheden die het moeilijk maakten voor zowel de contractanten als vrije immigranten als zij wilden remigreren." Zij legt verder uit dat zaken zoals niet toereikende lonen, te lange terugkeerprocedures of uitrustingskosten die bijna onbetaalbaar waren het moeilijk hebben gemaakt voor zij die terug wilden gaan.
"Het vermoeden dat de terugkeer haast onmogelijk is gemaakt, omdat de kolonisator de mensen daarvan wilde weerhouden, wordt bevestigd als we kijken naar de factoren die hebben bijgedragen dat zij niet terug konden." Ook de respondenten - kinderen van vrije immigranten geboren in Nederlands-Indië en nazaten - bevestigen dit.
De contractarbeiders uit Nederlands-Indië die tot 1930 naar Suriname zijn gekomen, zijn onder dwang of andere voorwendselen geronseld door de kolonisator terwijl de vrije immigranten uit eigen wil en besluit naar Suriname vertrokken om te werken op de plantages.
De behoefte om terug te keren naar het geboorteland zou volgens het onderzoek van Banks veel groter zijn bij de contractarbeiders dan bij vrije immigranten. "Dit komt simpelweg omdat uit onderzoek is gebleken dat ongeveer 30 procent van de vrije immigranten al eerder van Suriname wist, omdat zij terugkerend zijn", zegt Banks.
In haar onderzoek heeft ze vooral gekeken naar de perspectieven en verhalen vanuit de kleine groep contractarbeiders en vrije immigranten die zij heeft gesproken. Het meenemen van de belevenissen en emoties die toen speelden zijn volgens haar ook onderdeel van het historische verhaal dat hoort bij de contractarbeiders en vrije immigranten.
"Met hun ervaring weten wij wat zij allemaal voelden en beleefden. Dat hebben wij ook gemerkt en gevoeld tijdens de interviews. Soms werd er gewoon samen gehuild met de respondent. Je moet je inbeelden dat je een land verlaat waar je bent geboren en alles achterlaat dat je kent en niet weet of je ooit zal terug keren. Dat heeft één van de respondenten tijdens een emotioneel moment goed kunnen illustreren door zang."
De interesse van de onderzoeker om op dit thema af te studeren kwam nadat zij had meegewerkt aan een project van het Nationaal Archief Suriname. "Bij het vastleggen van de verhalen binnen dit project ben ik vooral in contact gekomen met de Javaanse gemeenschap. De verhalen die werden verteld hebben me zo geraakt dat ik nu hierop afstudeer", zegt Banks.
Wat vooral opmerkelijk was en ook het aanwezige publiek bij het afstuderen is opgevallen is dat ze als niet-Javaanse het onderzoek heeft gedaan. Op de vraag waarom zij hiervoor heeft gekozen zegt ze dat het vooral om gezamenlijke historisch erfgoed gaat.
"Het is niet zo zeer een geschiedenis van één etniciteit, maar van ons allemaal als Surinamer. Het is me niet in dank afgenomen natuurlijk en het was bij mijn uitvoering ook niet makkelijk om als iemand die niet op de respondenten lijkt, zulke persoonlijke verhalen te krijgen", zegt Banks.