Mededingingswet niet op prioriteitenlijst HI en T

Shoeket logo

Bron: De Ware Tijd

9 Januari 2020 02:13

Voor mij lezen

PARAMARIBO - Het invoeren van de Mededingingswet staat voorlopig niet op de prioriteitenlijst van het ministerie van Handel, Industrie en Toerisme. Zo stelt minister Stephen Tsang op vragen van de Ware Tijd. Hij zegt dat het ministerie in de korte tijd die nog rest naar de verkiezingen toe, wetten wil laten behandelen door De Nationale Assemblee, die hogere prioriteit genieten.

Hij noemt onder meer de Privacywet, de Toerismewet die al bij het parlement ligt, de wet Intellectuele Eigendommen die hij "zeer belangrijk noemt als we onze producten willen beschermen en een wet waarmee artiesten verzekerd zijn van bescherming van hun producties".

"Die wetten staan hoger op de prioriteitenlijst." Echter, dit betekent volgens de bewindsman niet dat het ministerie geen belang hecht aan de Mededingingswet. "We bekijken in hoeverre we deze wet ook kunnen meenemen." Mededinging is erop gericht om onder meer eerlijke concurrentie te bevorderen.

Het ministerie heeft vaker het belang van een wet daartoe en een wet voor Consumentenbescherming benadrukt, maar de invoering blijft vooralsnog uit. De regering heeft zich bij de ondertekening van de VN-resolutie over de bescherming van consumenten in 1985 verplicht om wetgeving hiertoe te ontwikkelen.

Daarnaast is het land vanwege hoofdstuk 8 van het Herziene Verdrag van Chaguaramas verplicht om beleid en wetgeving over consumentenbescherming en mededinging toe te passen. De concept Mededingingswet ligt al geruime tijd gereed. 

Raymond Hasnoe, voorzitter van de Vereniging Surinaamse Winkeliers, vindt een Mededingingswet net zo belangrijk als de overige wetten die Tsang noemt. Hij noemt de noodzaak van een mededingingsautoriteit die uit deze wet moet voortvloeien. Zo een instituut zal belast worden met het toezicht op de naleving van de wet.

"Met zo een instituut ontlast je ook de rechterlijke macht, want zaken gaan voor niemendal voor de rechter voor het oplossen van conflicten." Het gaat volgens Hasnoe niet alleen om concurrentie.  

Als voorbeeld waarin het instituut zou kunnen bemiddelen, noemt hij de aankoop van een product dat in de garantieperiode gebreken vertoont, maar waarvoor de onderneming niet wil opdraaien, doordat de consument misschien niet heeft gelet op de kleine letters in de servicevoorwaarden. "Voor dit soort wissewasjes hoef je dan niet naar de rechter te stappen, maar je kunt ze aan het instituut voorleggen om te bemiddelen."

Bekijkt origineel bericht ⇒

Meer actueel