Econoom Jim Bousaid, gewezen directeur van de Hakrinbank, is ondanks hij niet helemaal tevreden is over de economische groei van het afgelopen jaar, toch optimistisch. Bousaid, die gisteravond inleider was tijdens een presentatie van de Kenniskring, gaf aan dat de groei van het bruto binnenlands product (bbp) na de diepe recessie van 2015/2016 iets meer was dan twee procent. In vergelijking met andere landen in de regio en de opkomende economieën is de groei van het Surinaamse bbp toch aan de lage kant.
Ondanks de lichte groei in 2016 en 2019 heeft Suriname het productieniveau van eind 2014, voor de crisis van 2014/2015, nog niet kunnen bereiken. Bousaid verwacht deze groei pas in 2022. Suriname heeft een sterkere economische groei nodig, die het land in staat moet stellen om meer in valuta te kunnen verdienen. Hierdoor zal het land in staat zijn om de schulden, die overwegend in valuta zijn, te kunnen aflossen. Volgens de econoom was de economische groei van de afgelopen jaren onevenwichtig. “Het was niet zozeer een volumegroei, maar een prijzengroeiâ€, sprak hij zijn gehoor toe.
Op het gebied van de mijnbouw is te zien dat de goudprijzen een lichte stijging vertonen, terwijl de ontwikkelingen in de agrarische sector zorgen baren. Hij ziet de terugvallende resultaten binnen de bananensector en het exportverbod van groenten en fruit naar de Europese Unie als een nekslag voor deze sectoren in Suriname. Boussaid riep minister Rabin Parmessar van Landbouw, Veeteelt en Visserij, op om een assertiever en een beter doordacht agrarisch beleid te voeren.
De groei voor dit jaar is geschat op 2,5 procent. De handelsoorlogen tussen de grote landen en ook de geopolitieke spanningen kunnen ook invloed hebben op de economische groei van Suriname.
De gewezen bankdirecteur gaf verder aan, niet tevreden te zijn over het op 23 december van het afgelopen jaar over Suriname uitgebrachte rapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Hij spreekt van het slechtste rapport ooit, dat door het IMF is uitgebracht. Bousaid valt over de beoordeling van de data-analyse en geeft aan dat deze ver beneden de IMF-standaarden is.