PARAMARIBO - De plannen van de regering om de wet Rij- en Voertuigenbelasting dit jaar te herzien, zijn voor stichting Centre For Public Affairs geen reden om de vordering bij de rechter in te trekken. “Wij willen een oordeel van de rechterâ€, zegt stichtingsvoorzitter Anand Biharie op vragen van de krant.
De regering heeft via het NII bekendgemaakt dat de wet nog dit jaar wordt herzien. Een werkgroep die de wet heeft geëvalueerd, heeft voorgesteld om deze te wijzigen "zodat enkele bepalingen beter in overeenstemming gebracht kunnen worden met de maatschappelijke realiteit", wordt via het NII opgetekend.
"De regering erkent hiermee de onrechtmatigheid van de wet", vertaalt Biharie de mededeling. Hij constateert daarom "tegenstrijdigheid" als in dezelfde mededeling burgers die hun belastingplicht over 2019 nog niet hebben voldaan, worden opgeroepen om dat dit jaar alsnog te doen. Wie al heeft betaald, krijgt geen geld terug.
Dit getuigt volgens hem van "onredelijkheid, onbehoorlijk bestuur en machtswillekeur". Dat er geen restitutie mogelijk is, noemt Biharie willekeur. "Dat kan niet, want de wet is ter beoordeling bij de rechter en zolang dat proces loopt, heeft de burger geen belastingplicht." Dit is volgens hem een ongeschreven rechtsregel.
In dit geval heeft de wet onomkeerbare gevolgen. onder meer omdat ze de lasten voor de burger zwaarder maakt, stelt Biharie. De stichtingsvoorzitter hecht overigens geen waarde aan het bericht dat via het NII is uitgegeven, omdat dit orgaan die bevoegdheid mist.
Het zou anders zijn wanneer de ministeries van Financiën en Justitie en Politie formeel een gezamenlijk besluit uitvaardigen dat zij de wet per januari 2019 intrekken en de burger daardoor geen betalingsplicht heeft. In dat geval zou de stichting haar vordering bij de rechter kunnen intrekken.
Biharie laat weten dat de Staat een allerlaatste kans heeft gekregen van de rechter om haar memorie van grieven in te dienen. De Staat heeft het op twee momenten laten afweten.