IN HET STREVEN de volleybalsport te verbreden, begint de Surinaamse Volleybalbond (Suvobo) vandaag ongeveer tachtig leerkrachten van basisscholen te trainen in de basisvaardigheden van de sport. Zij zullen wat ze geleerd hebben moeten overbrengen aan hun leerlingen en ook talenten ontdekken.
Zeker geen gemakkelijke taak voor de leerkrachten. En bovendien een extra belasting. Maar alleen al het feit dat zoveel onderwijzers zich hebben aangemeld geeft de goede wil en motivatie aan. Echter, het moet niet blijven bij de korte training. Regelmatige begeleiding en monitoring van de leraren zijn erg belangrijk.
Het lijkt voor de hand liggend dat de scholen die leerkrachten hebben afgevaardigd of toestemming voor deelname hebben gegeven, ook daadwerkelijk tijd in het lesrooster inruimen en de leerlingen de gelegenheid geven om naast de reguliere lichamelijke opvoeding te volleyballen. Het kan niet anders dat ook op (basis)scholen talent rondloopt. Het gaat er nu om dat te ontdekken en ontwikkelen.
Hoe mooi zou het zijn als snel blijkt dat met het initiatief van de Suvobo ook de basis wordt gelegd voor een scholentoernooi of -competitie. De bond heeft al in de planning een nationale competitie onder de basisscholen, in het eerste kwartaal van 2020. De vraag moet wel gesteld worden of hij hiermee, hoe goedbedoeld ook, niet te hard van stapel loopt, gezien de korte tijdsspanne.
Hoe dan ook, wat de Suvobo nu in gang heeft gezet moet een voorbeeld zijn voor andere sportbonden. Veel ouders zijn niet in staat om hun kinderen in georganiseerd verband te laten sporten en door zo een initiatief gaan de kinderen meer bewegen. Overigens, er zijn in het verleden al scholencompetities in diverse takken van sport georganiseerd, maar die zijn doodgebloed.
Het wordt voor de Suvobo en de ondersteuners van het initiatief dus volhouden. Als het project eenmaal goed op de rails is, kunnen de lidverenigingen een wervingscampagne op touw zetten voor uitbreiding van hun spelersarsenaal. De regering laat tot nu toe niet merken daadwerkelijk geïnteresseerd te zijn in ontwikkeling van de sport. Bonden en verenigingen moeten maar zien hoe ze het rooien. Zo kan het niet verder.
Wanneer een sportorganisatie laat zien bezig te zijn met een serieus project, moet de overheid, desnoods ongevraagd, steun verlenen en niet alleen op technisch vlak zoals het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur via het Project Lichamelijke Opvoeding nu doet met het project van Suvobo. Materiaalvoorziening en financiële ondersteuning zijn ook onontbeerlijk.