En zo zijn we alweer bijna aan het einde van de eerste week van het nieuwe jaar. En zoals te verwachten: er is geen ene klap veranderd. De president praat met politieke partijen over de overname van de Afobakadam en zal weer een platform instellen voor adviezen over de ontwikkeling van de energiesector, en ik garandeer u - ook in 2020 zal hij die adviezen aan zijn laars lappen als die niet gunstig zijn voor hem en de zijnen.
Gewone mensen zijn intussen alweer bekomen van het feestgedruis, kijken in hun portemonnee en beseffen dat ook dit jaar het niet makkelijk zal zijn om een goede balans te vinden tussen plezier en noodzaak. Maar we hebben gefeest dat het een lust was, en zo af en toe mag dat. Wat zeg ik - zo af en toe moet dat. Zo af en toe moet je doen alsof er geen problemen zijn, alsof het leven één en al een winnend lot is. Uit je dak gaan, zoals zovelen dat doen op owruyari - het is bevrijdend. Het geeft energie, en, jaren later kun je nog teren op die goede herinneringen.
Dat kan uiteraard alleen als je je die herinneringen nog kan herinneren. Dat wil zeggen dat je je dus niet bewusteloos hebt gezopen. Eerlijk gezegd heb ik al langer dan twintig jaar de binnenstad niet meer gezien tijdens de oudejaarsrituelen. Het was alsof van het ene op het andere moment er een klik was in mijn hoofd. Ik zag mezelf vanaf afstand en dacht: maar vind ik dit wel echt leuk? Deze zwetende massa voornamelijk half, geheel of weerzinwekkend dronken mensen? En ik kwam tot de conclusie dat ik het niet echt leuk meer vond. Hoe vertel ik het aan mijn vriendinnen, vroeg ik me af.
Ik keek ze aan, en het was alsof er gezamenlijk een kwartje viel. Tien minuten later zaten we achter een kopje thee bij het zwembad van Torarica. We zijn nu officieel niet jong meer, zeiden we, en we lachten van opluchting. Maar de jaren dat ik het gehos en gezweet wel leuk heb gevonden koester ik - het waren geweldige tijden. Die werden minder leuk toen de pagara-estafette en de kronto-achtigen hun intrede deden, toen de massa steeds massaler werd, de gezellige dronkenschap verwerd tot weerzinwekkende dronkenschap, en de leeftijd van de zuipende feestvierders daalde tot onder de vijftien jaar.
Onze owruyari is leuk, totdat het te leuk wordt. Ik kijk dan ook vol belangstelling naar de discussie over vuurwerk in Nederland, waar overmatig en gevaarlijk vuurwerk, autobranden, uit de hand gelopen vreugdevuren en een gezellige dosis vandalisme, vaste ingrediënten zijn geworden. Laten we onze owruyari ontdoen van alles wat te is, en de leuke dingen behouden. Dus terug naar owruyari zonder wedstrijden om te kijken wie er de grootste heeft. Dat het u goed gaat in 2020.