Op nieuwjaarsdag word ik wakker met een grieperig gevoel. Het is druk in huis: ik heb bezoek van mijn zonen en hun mati die voor het eerst in het land van zijn ouders is. Ik wil er alles aan doen om te zorgen dat zij met een overweldigende dosis ‘I Love Su’ weer vertrekken. Opgeladen en gemotiveerd aan 2020 beginnen. Ondergedompeld in Surinaamse menselijkheid, hartelijkheid en met veel zonne-energie in hun lijf teruggaan naar landen waar het leven anders is. Veel mentale druk en hoge standaarden. Het is maar de vraag of ze de ervaringen voor langere tijd bij zich zullen houden. De beleving en het ritme van vakantiegangers is altijd anders dan die van de Surinamers.
Wanneer zij warm willen eten, is het al avond. De dag begint na het uitslapen met een gespierde loop naar de gym om alles bij te houden. In hun genen zijn ze natuurlijk gewoon Zuid-Amerikanen. Hierna krijg ik tegen één uur 's middags een belletje met de vraag waar ze nog lekkere broodjes kunnen eten. Intussen is het dyar'pesi moks'aleysi-tijd geworden. Dus is mijn vertrouwde tropenritme getransformeerd naar een mix van buitenlandse hyperenergie met nog maar een beetje lokale relax-ingrediënten. Feit is dat ze het helemaal naar hun zin hebben en genieten van de warmte en gezelligheid.
Tegelijkertijd vallen ze ook van de ene verbazing in de andere. "Mensen rennen hier niet om geld te verdienen", zegt er één. "Hoe kan het dat ik eten heb besteld en als ik aankom het ruim een half uur later nog niet klaar is?" Rustig, denk ik, na regen en honger komt zonneschijn en lekker eten. In een ander restaurant hadden wij om zes uur gereserveerd. Na aankomst zegt de serveerster: "Vanaf zeven uur kunt u eten." Ruis in de communicatie, strategische verkooptruc of gewoon volgens de Surinaamse tijd? En het was niet een gewoon restaurant. Feit is dat wij nog grote stappen moeten maken wat de dienstverlening in het land betreft. "Bedrijven die efficiënt en punctueel werken zijn hier ongetwijfeld succesvol", concludeert het gezelschap.
Hierna is het de vraag of het in Suriname belangrijker is om eerst te werken aan je netwerk of je status omdat dat je het verste brengt en nodig is om geld te verdienen. Met hardwerken alleen en de beste werknemer zijn op de werkvloer, maak je het niet. "Mensen rennen hier niet voor geld maar wel voor status. Je krijgt daar meer mee gedaan en groeit op de financiële ladder." Ik denk dat het over de hele wereld zo is. In Suriname meer omdat wij een 'regelcultuur' hebben. Je netwerk is alles en als je status hebt, dan ben je binnen vanwege dat netwerk.
Hoe dan ook, het bezoek van de heren is in meerdere opzichten confronterend. Bijvoorbeeld hun reactie op mijn kritische beschouwing over de toeloop van zoveel Spaanssprekenden naar Suriname. "Je praat over hen precies zoals de Nederlanders dat doen als het om Marokkanen, Turken en anderstaligen in Nederland gaat. Ook onze voorouders waren bijna allemaal economische vluchtelingen op zoek naar een beter leven. Wil je dat niet vergeten mam?"
Ik wil ze het naar de zin maken maar loop achter de feiten aan. Kerkdiensten gaan aan mij voorbij. Mama fu doti bedank ik zelfs ook niet op oudejaarsdag voor het afgelopen jaar. Tot mijn grote verrassing hebben de heren een grote pagararol gekocht. Op nieuwjaarsdag ruimen we het papier op en een vreemde man stopt spontaan: "Het opruimen is een ellende en daarom schiet ik niet af. Maar weet u, het is maar net waar u in gelooft. Ik geloof dat mijn geloof mij positiviteit brengt." Dat geloof ik dus ook en ik vergeet alles wat ik wel had willen doen maar niet heb gedaan sinds het bezoek van mijn zonen en hun mati.