Het was nou niet het jaar van de politici. Dat is het eigenlijk nooit in Suriname. Onze leiders stellen over het algemeen enorm teleur. Exemplarisch voor het bedroevende niveau zijn de debatten in De Nationale Assemblee. Beter gezegd, het ontbreken daarvan. Het lijkt meer dan ooit de taak van volksvertegenwoordigers om politieke tegenstanders belachelijk te maken. In televisie- en radioprogramma’s, zelf geproduceerd of waarin je als kijker het idee moet krijgen dat er sprake is van een journalistiek interview, gooit men er vaak nog een schepje bovenop. Tijdens partijvergaderingen zien we dezelfde teneur.
Dat voorspelt niet veel goeds voor 2020 en de verkiezingscampagne. Zelfs het feit dat de ramadan volgend jaar ergens eind april begint, biedt mij geen enkele geruststelling. Immers, bij haast alle partijen gaan aan vergaderingen gebeden vooraf van geestelijke leiders van bijna alle geloofsstromingen die ons land rijk is.
Daarna stappen politici vrolijk op het podium om andersdenkenden voor alles en nog wat uit te maken. Surinaamse politici lijken wat dat betreft van enige gêne geen last te hebben. In sommige gevallen staat er zelfs een zich geestelijk leider noemende persoon op het podium.
Van de oude garde verwacht ik niet anders. Na so den tan. Het meest teleurgesteld ben ik in de nieuwe generatie politici. De jongens en meisjes van mijn leeftijd en jonger. Juist van hen zou je verwachten dat ze, dwars door partijpolitieke scheidslijnen heen, de handen in elkaar zouden slaan en doen wat goed is voor Suriname. Alleen lijkt het politieke-uitscheld-virus ook hen te hebben besmet. Iedereen die het niet met ze eens is, is een tegenstander of vijand. Alsof zij het patent hebben op liefde voor Suriname en een visie op ontwikkeling.
Een lichtpuntje in de nieuwe generatie is voor mij Roché Hopkinson van de NDP. Afgezien van zijn eerste maanden in De Nationale Assemblee, zal je hem niet gauw betrappen op een persoonlijke aanval. Gescheld en slap ge...klets is in de meeste gevallen ook niet aan hem besteed. Bovendien heeft hij woord gehouden, door zich in te zetten voor de legalisatie van de hennepteelt en het behoud van ons bos. Zaken die hij beloofde bij zijn toetreding tot het parlement.
Hij heeft het gedurfd om tegen zijn eigen regering te stemmen en was de enige van de coalitie die tijdens de Alcoa-debatten de vinger op de zere plek legde. Maar het meest maakte hij indruk met zijn ijver om de pensioenen van ex-ministers, die wij als land tot de bedelstaf hadden veroordeeld, wettelijk te regelen.
Wie alle lof verdienen voor de manier waarop ze Suriname het afgelopen jaar hebben uitgedragen, zijn de Surinamers actief in de kunst en sport. Dat zijn de mensen die Suriname echt positief op de wereldkaart hebben gezet. Wat er is bereikt met de film 'Wiren', had niemand kunnen bevroeden toen men ergens in 2017 aan het project begon.
Inmiddels heeft de film ook internationaal enorm veel lof geoogst. Het toont weer eens aan dat wij tot grootse dingen in staat zijn, ook wanneer er weinig middelen voorhanden zijn. Meer nog, waar het om draait, het onderwijs toegankelijk maken voor personen met een beperking, staat weer hoog op de agenda.
Maar de echte ambassadeurs van Suriname in 2019 waren toch echt onze sporters. Het noemen van namen maakt al gauw dat je iemand vergeet. En toch wil ik Jairzinho 'Bigi Boi' Rozenstruik expliciet vermelden. Als de gevechtsportwereld Suriname nog niet kende, dat weten ze nu zeker waar wij liggen.
Ook baanwielrenner Jaïr Tjon en Fa hield onze eer hoog en behoort op zijn discipline tot de wereldtop. Persoonlijk heb ik het meest genoten van de voetballers van Natio. Jarenlang waren wij het lelijke voetbaleendje in de regio. Dankzij deze groep en technische staf, is Suriname weer een land waar rekening mee wordt gehouden. Dit Natio gaf Suriname zijn voetbaltrots terug!