Met de slogan “De nieuwe weg voor de vakbeweging in Suriname†werd de voorzittershamer door Lloyd Read overgedragen aan Winston Wirth, die nu leiding geeft aan de Rosebel Werknemersorganisatie (RGWO). Onder toeziend oog van de overige leden werd de hamer door Wirth in ontvangst genomen.
“We gaan dingen anders doen en niet zoals dat veertig tot vijftig jaar terug gebeurde. Wij hebben ons daarom ook mentaal en fysiek voorbereid. Het wordt een zware job en daarom zal ik het niet alleen doen, maar samen met de andere leden en dit zal ook te zien zijnâ€, zegt de RGWO-voorzitter. Volgens hem zal er als eerst aan het statuut worden gewerkt. “Het statuut is doorgenomen, maar het omvat niet wat wij beogen te doen met name voor de werkende klasse in geheel Suriname. Daarom moet het geherformuleerd wordenâ€, zegt Wirth.Â
De zestienurige werkdag bij multinational Iamgold Rosebel Goldmines, is een van de zaken die hem irriteert. Dit maakt dat de arbeiders zich kapotwerken, omdat er twee weken aan een stuk door wordt gewerkt zonder een break. Dit moet teruggedraaid worden, stelt de vakbondsman.Â
Deze vakbond zal het voorbeeld zijn van hoe een vakorganisatie wordt gedraaid. Wirth legt uit dat hij dagelijks bezig is vakbondszaken te bestuderen, maar welvaartcreatie schijnt men vergeten te zijn. “We beginnen weer met de waarheid. De werkende klasse is een vergeten groep en is de afgelopen jaren in betekenis afgenomenâ€, vindt de vakbondsman.Â
De goudsector is geen onbekend terrein voor Wirth, maar wij moeten een andere richting opgaan. “Multinationals hebben bepaalde eigenschappen en wij hebben lessen geleerd uit honderd jaar Suralco, vijftien jaar Rosebel Goldmines en nu drie jaar Newmont als vakorganisatieâ€, haalt Wirth aan. Volgens hem komen die multinationals in Suriname, omdat het land te bieden heeft wat zij nodig hebben. “In al die jaren, wat hebben de arbeiders overgehouden van Suralcoâ€, vraagt hij zich af. Volgens hem zijn er ten aanzien van de multinationals nog veel zaken, die aandacht behoeven en daar zal aan gewerkt worden.
Simone Awanna