SOMMIGE FUNCTIES IN de ambtenarij brengen bijzondere verantwoordelijkheden met zich mee. Zo moet een minister van onbesproken gedrag zijn. In opeenvolgende regeringen hebben hoogwaardigheidsbekleders - tot wie ook parlementsleden gerekend mogen worden - zich niet altijd moreel correct gedragen of gonsde het van geruchten over ministers die vrouwelijk schoon niet konden weerstaan. Tot bewijs is het bij deze bewindslieden niet gekomen. Bij parlementsleden wel, al zijn die zaken in de doofpot gestopt.
Deze week dook een bericht op over een vermeende affaire van de minister van LVV, Rabin Parmessar, met zijn secretaresse. Een burger deed op Facebook de onthulling. Maar een voorlichter op het ministerie wilde kennelijk zijn loyaliteit tegenover de bewindsman extra benadrukken door de persoon die het bericht heeft gepost, 's avonds laat, telefonisch te bedreigen. Maar laf als hij is, heeft hij zijn naam niet genoemd en een andere hoedanigheid aangenomen, namelijk die van beveiligingsfunctionaris. Volgens hem heeft hij geen harde taal gebruikt. Zelf spreekt hij van een "positieve bedreiging".
Telefonische bedreigingen zijn nooit vriendelijk. Er wordt gesproken in heftige woorden en op een wijze die aan het verbeeldingsvermogen geen twijfel overlaten. Waarom heeft de voorlichter zich niet bekendgemaakt? Hij heeft trouwens op eigen verantwoordelijkheid gehandeld, want de minister noch zijn voorlichtingscoördinator zegt vooraf iets van de actie te hebben geweten.
Overigens is niet alleen het optreden van betrokken functionaris opmerkelijk. Ook dat van Parmessar zelf, want toen de krant hem benaderde om een reactie wilde hij nauwelijks iets zeggen, maar hij sprak wel uitgebreid in het propagandaprogramma van de regering, 'Bakana Torie'. Hij ontkende daar de secretaresse te hebben aangerand en zoals gebruikelijk bij deze regering schoof hij de schuld in de schoenen van 'politieke tegenstanders', die hem een hak willen zetten.
Vervolgens gaf het ministerie een audioverklaring uit waarin wordt tegengesproken dat de secretaresse als gevolg van "ontoelaatbare handelingen" is overgeplaatst. Zelf ontkent ze de verspreider van de aantijgingen te zijn en zegt de opdracht te hebben gehad om de afdeling Visserij te ondersteunen. Een vertrouwensambtenaar - want dat is een secretaresse - plotseling overplaatsen, gebeurt niet zonder een grondige reden. Waarom dan de geheimzinnigheid?
De mevrouw in kwestie lijkt in elk geval een eerste stap voor een aanklacht te hebben gedaan, maar tegen wie is onduidelijk. In kringen van het Openbaar Ministerie verneemt de krant dat verder niets gedaan kan worden, omdat de aangeefster niet verder wil en met haar verklaring staat en valt de zaak. Een vreemde ontwikkeling. Welke krachten spelen hier? Waar rook is, is vuur en gedegen onafhankelijk onderzoek lijkt noodzakelijk, al is het alleen maar om de naam van mensen te zuiveren.