Belastingplichtigen moeten niet langer een jaar hoeven wachten voordat zij bij het uitblijven van een beslissing op hun bezwaar naar de rechter kunnen stappen. Mede-initiatiefnemer Asis Gajadien stelt voor de termijn terug te brengen naar zes maanden. Ook moeten burgers en ondernemingen bij ingrijpende invorderingsmaatregelen de mogelijkheid krijgen om met spoed bescherming van de rechter te vragen. Gajadien lichtte deze voorstellen vrijdag toe bij de behandeling van de Wet Rechtspraak Belastingzaken in De Nationale Assemblee.

Volgens Gajadien is een modern belastingstelsel niet compleet zolang burgers onvoldoende mogelijkheden hebben om besluiten van de fiscus onafhankelijk te laten toetsen. Hij benadrukte dat de overheid bevoegd is belastingen te heffen en in te vorderen, maar dat belastingplichtigen tegelijkertijd beschermd moeten worden tegen onjuiste of onrechtmatige besluiten.

Een belangrijk voorstel betreft de termijn waarbinnen de Belastingdienst op een bezwaarschrift moet beslissen. Gajadien wil die terugbrengen van één jaar naar zes maanden. De regeling moet worden afgestemd op de Algemene Wet Belastingen, zodat verschillende wetten elkaar niet tegenspreken. Hij erkende dat een kortere termijn ook hogere eisen stelt aan de organisatie van de Belastingdienst. Zonder voldoende personeel en een zorgvuldige behandeling kan het aantal beroepszaken wegens niet-tijdig beslissen juist toenemen.

Bescherming tegen beslaglegging

Gajadien besteedde bijzondere aandacht aan de mogelijkheid om bij spoedeisende omstandigheden een voorlopige voorziening aan de belastingrechter te vragen. Hij wees op situaties waarin een onderneming door een invorderingsmaatregel niet meer over haar bedrijfsmiddelen kan beschikken. Daardoor kan de bedrijfsvoering ernstig in gevaar komen, terwijl nog niet vaststaat of het besluit van de fiscus juist is. De rechter moet volgens hem in dergelijke gevallen kunnen ingrijpen om moeilijk herstelbare schade te voorkomen.

Het instellen van beroep betekent overigens niet automatisch dat een belastingaanslag of invorderingsmaatregel wordt opgeschort. Gajadien vindt dat de rechter de betrokken belangen moet kunnen afwegen.

Geen verplichte advocaat

De initiatiefnemer verdedigde ook het uitgangspunt dat belastingplichtigen zelf beroep kunnen instellen, zonder verplicht een advocaat in te schakelen. Volgens hem zijn de kosten van rechtsbijstand in Suriname hoog. De toegang tot de belastingrechter mag daarom niet afhankelijk worden van de financiële mogelijkheden van de burger.

In het wetsvoorstel worden griffierechten van SRD 250 voor natuurlijke personen en SRD 1.500 voor rechtspersonen genoemd. Gajadien waarschuwde dat zelfs relatief lage bedragen een belemmering kunnen vormen, vooral wanneer iemand meerdere samenhangende belastingbesluiten wil aanvechten. Hij wil voorkomen dat belastingplichtigen voor een aanslag en een daarmee samenhangende boete onnodig tweemaal griffierecht moeten betalen.

Kritiek op belastingdruk
Gajadien plaatste de wetsbehandeling ook in een breder economisch kader. Hij vindt dat Suriname kritisch moet kijken naar de totale belastingdruk op ondernemingen. Daarbij noemde hij onder meer het vennootschapsbelastingtarief van 36 procent, de btw, invoerrechten en dividendbelasting.

Volgens Gajadien moet het belastingstelsel niet uitsluitend gericht zijn op het binnenhalen van staatsinkomsten, maar ook ruimte bieden voor investeringen, productie en werkgelegenheid. De voorgestelde belastingrechtspraak lost deze economische vraagstukken niet op, maar moet volgens hem wel zorgen voor meer rechtszekerheid voor burgers en ondernemers.