Assembleelid Ebu Jones (NDP) heeft procureur-generaal Garcia (pg) Ramcharan-Paragsingh gevraagd om uitgebreide statistieken over het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie (OM). Zijn verzoek volgt op de afwijzing van een vergelijkbaar verzoek van PL-fractieleider Bronto Somohardjo. De pg weigerde Somohardjo de gevraagde informatie te verstrekken en verwees daarbij naar het lopende strafrechtelijk onderzoek tegen hem. Jones, tegen wie deze omstandigheid niet is aangevoerd, legt nu de vraag naar gelijke behandeling van verdachten opnieuw bij het OM neer.

In een brief vraagt Jones om cijfers waaruit kan blijken of verdachten uit verschillende bevolkingsgroepen bij vergelijkbare strafbare feiten op dezelfde wijze worden behandeld. Hij wil ook weten of financiële draagkracht en maatschappelijke positie invloed hebben op vervolgingsbeslissingen.

Het verzoek vertoont duidelijke overeenkomsten met dat van Somohardjo, die eveneens inzicht wilde in vervolgingen, sepots en mogelijke verschillen tussen bevolkingsgroepen. De afwijzing van dat verzoek leidde tot discussie over de vraag of een lopende strafzaak gevolgen mag hebben voor de informatie die een parlementariër in het kader van zijn controlerende taak opvraagt.

Jones vraagt gegevens over de periode vanaf 14 augustus 2023 tot de meest recente beschikbare peildatum. Het gaat om drugsdelicten, geweldsdelicten, huiselijk geweld, diefstal, fraude, oplichting en andere veelvoorkomende strafbare feiten. Per categorie wil hij weten hoeveel strafzaken en verdachten zijn geregistreerd, hoeveel zaken tot vervolging hebben geleid, hoeveel zijn geseponeerd en hoeveel buitengerechtelijk zijn afgehandeld. Ook vraagt hij hoeveel zaken nog op een vervolgings- of afdoeningsbeslissing wachten.

Een belangrijk onderdeel van zijn verzoek betreft de etnische achtergrond van verdachten. Jones vraagt, voor zover deze gegevens rechtmatig en betrouwbaar beschikbaar zijn, om een uitsplitsing naar onder meer Hindostanen, Creolen, Marrons en Javanen. Daarmee wil hij nagaan of bij vergelijkbare strafbare feiten verschillen bestaan in vervolging, sepot en andere afdoeningen.

Daarnaast vraagt het DNA-lid op welke wettelijke grondslag de etnische achtergrond van verdachten wordt geregistreerd. Als dergelijke statistieken niet beschikbaar zijn, wil hij weten welke registratiebeperkingen bestaan en hoe het OM gelijke behandeling waarborgt. Jones gaat ook in op de mogelijke invloed van geld en maatschappelijke connecties. Hij wil weten of financiële draagkracht en maatschappelijke positie worden geregistreerd of meewegen bij vervolgingsbeslissingen. Verder vraagt hij welke maatregelen voorkomen dat verdachten vanwege hun financiële of maatschappelijke positie verschillend worden behandeld.

Het parlementslid verlangt eveneens duidelijkheid over de objectieve criteria die het OM hanteert bij vervolging. Daarbij noemt hij onder meer de ernst van het strafbare feit, beschikbare bewijsmiddelen, eerdere veroordelingen en de mogelijkheden voor buitengerechtelijke afdoening. Ook vraagt hij naar interne controles waarmee ongerechtvaardigde verschillen kunnen worden vastgesteld.

Jones benadrukt dat hij geen persoonsgegevens, individuele strafdossiers of vertrouwelijke informatie uit lopende onderzoeken verlangt. Het gaat hem om geanonimiseerde, controleerbare statistieken. Hij vraagt bovendien om een toelichting wanneer bepaalde gegevens niet beschikbaar zijn.

In zijn brief verwijst Jones naar een column van Starnieuws van 13 oktober, waarin vragen werden gesteld over de voortgang en afhandeling van verschillende strafzaken. Het OM reageerde volgens hem nog dezelfde dag publiekelijk. Jones spreekt de verwachting uit dat zijn verzoek eveneens voortvarend wordt behandeld.

Hij vraagt de pg om, indien mogelijk, binnen 21 kalenderdagen schriftelijk te reageren. Mocht het verzamelen van de statistieken meer tijd vergen, dan wil hij binnen die termijn een eerste inhoudelijke reactie en een indicatie van de verdere planning. Jones benadrukt dat hij niet bij voorbaat uitgaat van ongelijke behandeling. Met de cijfers wil hij juist kunnen beoordelen of vergelijkbare strafzaken volgens dezelfde objectieve criteria worden afgehandeld.

Na de afwijzing van Somohardjo ligt daarmee opnieuw een verzoek om inzicht in het vervolgingsbeleid bij de procureur-generaal. Het antwoord zal moeten uitwijzen of het OM de gevraagde algemene gegevens beschikbaar stelt en welke informatie het over de gelijke behandeling van verdachten kan verstrekken.