Honderdduizenden mensen zijn zaterdag in verschillende Franse steden de straat opgegaan om betere onderwijsvoorzieningen en maatregelen tegen de stijgende kosten van levensonderhoud te eisen. De demonstraties zetten de regering van president Emmanuel Macron verder onder druk, enkele maanden voordat Frankrijk een nieuwe president kiest.

Volgens het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken namen landelijk ongeveer 410.000 mensen deel aan de protesten, onder wie 110.000 in Parijs. De vakbondsconfederatie CGT schatte het aantal deelnemers op bijna 800.000. De demonstraties verliepen aanvankelijk grotendeels vreedzaam, maar aan het einde van de mars in Parijs kwam het tot confrontaties tussen demonstranten en de politie.

De politie zette traangas en waterkanonnen in nadat gemaskerde demonstranten voorwerpen naar agenten hadden gegooid. Ook in andere steden werden confrontaties gemeld. In Lyon en verschillende andere steden gebruikte de politie traangas om groepen demonstranten uiteen te drijven.

De Franse autoriteiten hadden vooraf meer dan 70.000 politieagenten en gendarmes ingezet om nieuwe grootschalige ongeregeldheden te voorkomen. Het veiligheidsapparaat werd opgeschaald nadat de protesten van 17 oktober waren uitgelopen op plunderingen, vernielingen en brandstichtingen in verschillende steden.

Minister van Binnenlandse Zaken Laurent Nuñez meldde zaterdag dat landelijk bijna duizend mensen waren aangehouden. Het openbaar ministerie in Parijs rapporteerde afzonderlijk 64 arrestaties in verband met de demonstratie in de hoofdstad. Veertig van deze personen werden in politiehechtenis geplaatst.

Bij de protesten van vorige week waren volgens eerdere berichten meer dan 2.000 mensen aangehouden. Honderden winkels en andere gebouwen raakten beschadigd of werden geplunderd. De autoriteiten vrezen dat nieuwe gewelddadigheden het publieke debat verder zullen overschaduwen en de spanningen tussen demonstranten en politie zullen vergroten.




Een demonstrant gooit een traangasgranaat naar de politie na een betoging tegen de stijgende kosten van levensonderhoud in Rennes, Frankrijk.

Protestroute leidt tot kritiek
In Parijs begon de vakbondsgeleide mars bij Porte d’Italie en eindigde deze bij Porte de Vincennes, aan de zuidoostelijke rand van de hoofdstad. De autoriteiten hadden de oorspronkelijk overeengekomen route door het centrum verboden. Ook verschillende demonstraties van andere groepen werden niet toegestaan.

De beperkingen leidden tot kritiek van demonstranten en mensenrechtenactivisten. Volgens tegenstanders probeert de regering de protestbeweging minder zichtbaar te maken door betogingen weg te houden van centrale locaties.

De veiligheidsmaatregelen hadden ook gevolgen voor het openbare leven. Winkeliers beschermden hun etalages met panelen en verschillende metrostations werden gesloten. Musea, waaronder het Louvre en het Musée d’Orsay, bleven dicht. Ook de kunstbeurs Art Basel Paris schrapte haar programma voor het weekeinde.

In Marseille was een vakbondsdemonstratie onder strikte voorwaarden toegestaan. Ook daar werden confrontaties gemeld. In steden als Montpellier, Rouen en Nice werden protesten verboden of aan beperkingen onderworpen.

Onderwijsproblemen vormen aanleiding
De protestbeweging ontstond medio september, toen middelbare scholieren actievoerden tegen de verslechterende omstandigheden op scholen. Zij wijzen onder meer op verwaarloosde schoolgebouwen, personeelstekorten en onvoldoende middelen.

De acties hebben zich inmiddels uitgebreid tot een bredere protestbeweging waarin studenten, leerkrachten, verpleegkundigen, milieuactivisten en vakbonden deelnemen. Naast betere onderwijsvoorzieningen eisen demonstranten maatregelen tegen de hoge kosten van levensonderhoud en de groeiende ongelijkheid.

Ook het systeem Parcoursup, waarmee studenten toegang krijgen tot het Franse hoger onderwijs, ligt onder vuur. De demonstranten vinden dat het toelatingssysteem hervormd moet worden en dat jongeren betere kansen moeten krijgen om een vervolgopleiding te volgen.

Macron sprak vrijdag voor het eerst sinds het begin van de protesten met vertegenwoordigers van de scholierenbeweging. Hij beloofde meer leerkrachten en een grondige hervorming van Parcoursup.

De toezeggingen hebben de onvrede vooralsnog niet weggenomen. Vertegenwoordigers van de scholieren willen dat de regering concrete maatregelen presenteert voordat de mobilisatie wordt beëindigd.

De protesten brengen bovendien opnieuw de discussie over het politieoptreden en het recht op demonstratie op gang. Een deel van de betogers stelt dat vreedzame demonstranten door de strenge veiligheidsmaatregelen worden getroffen, terwijl de regering zegt dat de beperkingen nodig zijn om burgers, winkels en openbare gebouwen te beschermen.

Politieke gevolgen
De onrust vormt een belangrijke uitdaging voor Macron in de laatste maanden van zijn presidentschap. Hij kan zich niet kandidaat stellen voor een derde opeenvolgende ambtstermijn en verlaat in 2027 het Élysée. De presidentsverkiezingen worden naar verwachting in het voorjaar van dat jaar gehouden.

De protesten vinden plaats tegen de achtergrond van groeiende steun voor de radicaal-rechtse partij Rassemblement National (RN), die veiligheid en het herstel van de openbare orde centraal stelt in haar politieke boodschap.

Partijleider Jordan Bardella werd zaterdag opnieuw tot voorzitter van de RN gekozen. De partij houdt haar congres in Orléans, waar ook tegenstanders van de radicaal-rechtse beweging demonstreerden met antifascistische leuzen.

De protestbeweging heeft aangekondigd de mobilisatie voort te zetten. Daarmee blijft onzeker of de toezeggingen van de regering voldoende zullen zijn om de onvrede weg te nemen en verdere escalatie te voorkomen.