Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) heeft de vervallen voorraad van het giftige bestrijdingsmiddel methylbromide uit de opslagruimte van Warsha NV laten verwijderen. De verwijdering volgt op een vonnis van de kantonrechter van 20 augustus 2026, waarin de Staat werd verplicht de kosten van de operatie te dragen. De rechter wees de schadevergoedingseisen van Warsha af, maar oordeelde dat de Staat verantwoordelijk is voor het veilig verwijderen en vernietigen van de vervallen chemicaliën.

De zaak draait om een voorraad methylbromide die Warsha met toestemming van de Staat had geïmporteerd voor de behandeling van rondhout bestemd voor export naar India. Door veranderingen in het overheidsbeleid kon het bedrijf een deel van de voorraad niet meer verkopen. De vervallen chemicaliën bleven vervolgens opgeslagen in een loods van Warsha aan de Kwattaweg.

Methylbromide is een zeer giftige stof die ernstige gezondheidsproblemen kan veroorzaken. Het middel is bovendien schadelijk voor de ozonlaag. De import en export ervan zijn in Suriname verboden, maar de overheid had eerder tijdelijk toestemming verleend om het middel in te voeren voor de behandeling van exporthout.

Staat gebonden aan afspraken
Uit het vonnis blijkt dat de Staat tijdens de rechtszaak een schikkingsvoorstel met Warsha heeft gesloten over de verwijdering van de vervallen voorraad. Deze overeenkomst werd op 27 december 2024 door partijen ondertekend. De kantonrechter stelt in het vonnis vast dat de Staat zich door de ondertekende schikking had verbonden om de vervallen chemicaliën op eigen kosten te laten verwijderen en vernietigen. De Staat moest daarom uitvoering geven aan deze afspraak.

De rechter bepaalde dat de overheid hiervoor deskundigen moest inschakelen en dat de werkzaamheden onder toezicht van de Nationale Milieu Autoriteit Suriname (NMA) moesten plaatsvinden.

Gevaar voor mens en milieu
De rechter baseerde zijn oordeel mede op een inspectierapport van de NMA van 2 februari 2026. Daaruit bleek dat de opslag van de vervallen methylbromide een verhoogd en potentieel onaanvaardbaar risico vormde voor mens en milieu. Bij de inspectie werden onder meer roestvorming aan meerdere spuitflessen en tekortkomingen in de veiligheidsvoorzieningen vastgesteld. De opslagruimte bevindt zich bovendien in een dichtbebouwde omgeving, in de nabijheid van woningen en publieke voorzieningen.

Volgens de rechter bestond het risico dat de giftige stof bij verdere aantasting van de verpakkingen zou vrijkomen. Om die reden achtte hij snelle verwijdering noodzakelijk. De Staat kreeg vier weken na betekening van het vonnis de tijd om de vervallen voorraad op eigen kosten te laten verwijderen en vernietigen. Ook moest een deurwaarder een proces-verbaal opmaken van de verwijdering, met onder meer het aantal verwijderde verpakkingen, de vervaldata en de gegevens van de betrokken deskundigen. Bij niet-naleving zou de Staat een dwangsom van SRD 10.000 per dag moeten betalen, met een maximum van SRD 1 miljoen.

Schadeclaims afgewezen
Warsha had naast de verwijdering van de chemicaliën ook schadevergoeding geëist. Het bedrijf stelde onder meer inkomsten te hebben misgelopen doordat het een deel van de geïmporteerde voorraad niet meer kon verkopen. De onderneming vorderde onder andere USD 353.012 wegens gederfde inkomsten en USD 199.500 voor eerder vernietigde methylbromide. Daarnaast waren subsidiaire schadeclaims ingediend.

De kantonrechter wees deze geldvorderingen af. Volgens het vonnis kon in kort geding onvoldoende worden vastgesteld hoe groot de daadwerkelijk geleden schade was. Daarvoor zou nader onderzoek nodig zijn, mogelijk met inschakeling van een onafhankelijke financieel deskundige. De rechter oordeelde dat een dergelijke beoordeling thuishoort in een bodemprocedure.

Met de inmiddels uitgevoerde verwijdering is uitvoering gegeven aan het belangrijkste onderdeel van het rechterlijke bevel: het wegnemen van de gevaarlijke voorraad uit de opslagruimte van Warsha. De kwestie laat zien hoe eerdere overheidsbesluiten over de invoer en het gebruik van methylbromide uiteindelijk hebben geleid tot een juridische verplichting voor de Staat om de vervallen chemicaliën op eigen kosten te laten verwijderen.