Terwijl Guyana is begonnen met de export van maïs en soja naar Barbados, wacht Braganza Marketing Group NV nog op duidelijkheid over de plannen voor grootschalige landbouw in Suriname. Directeur Lionel Blokland noemt de vertraging een gemiste kans en hoopt dat de regering alsnog steun verleent aan het project, waarbij mennonitische landbouwers de productie moeten helpen realiseren.
“Feit is dat terwijl we hier praten, Guyana is begonnen met de export van maïs en soja naar Barbados”, zegt Blokland. Volgens hem probeert Braganza al meer dan vier jaar de plannen voor grootschalige landbouw in Suriname van de grond te krijgen.
De Guyanese minister van Landbouw, Zulfikar Mustapha, maakte vorige week bekend dat zijn land is begonnen met de uitvoer van maïs en soja naar Barbados. Volgens de minister kan Guyana jaarlijks ongeveer US$ 40 miljoen besparen doordat deze producten en daarvan afgeleide producten niet langer in dezelfde mate hoeven te worden ingevoerd.
De export vormt een volgende stap in het Guyanese beleid om de binnenlandse voedselproductie te vergroten, de afhankelijkheid van import te verminderen en het land verder te ontwikkelen tot een regionale leverancier van landbouwproducten.
Volgens de beschikbare informatie heeft Guyana de import van onder meer bloemkool, sla, paprika, broccoli en wortelen met ongeveer 90 procent teruggebracht. Het land werkt daarnaast aan uitbreiding van de uienproductie om ook de invoer van dat product te verminderen.
Guyana heeft inmiddels ook de import van bananen uit Suriname beëindigd. Deze ontwikkelingen illustreren de toenemende concurrentie in de landbouwsector binnen het Caribisch gebied.
Blokland noemt Guyana inmiddels vrijwel de voedselschuur van het Caribisch gebied. Hij vindt dat Suriname eveneens de mogelijkheid heeft om de eigen productie op te voeren en een deel van de regionale markt te bedienen.

“Wij hopen dat we niet naar onze buren of Barbados hoeven te gaan om inkopen te doen. Braganza is er om het Surinaamse volk en de Surinaamse industrie van voedselproducten te voorzien en eventuele overschotten te exporteren”, zegt de directeur.
Project wacht op verdere duidelijkheid
Braganza wil samen met mennonitische landbouwers grootschalige landbouw ontwikkelen in onder meer Tibiti en Kabalebo. De plannen omvatten de productie van maïs en soja, gewassen die zowel voor de binnenlandse markt als voor eventuele export van belang kunnen zijn.
De uitvoering van de projecten is afhankelijk van de vereiste overheidsgoedkeuringen en naleving van de wettelijke en milieuregels. De discussie over de plannen gaat onder meer over de voorwaarden waaronder grootschalige landbouw in de betrokken gebieden kan plaatsvinden.
Blokland zegt te blijven hopen dat de regering de mogelijkheden van het project erkent en de plannen ondersteunt. Volgens hem kan de landbouwontwikkeling bijdragen aan de voedselvoorziening, de lokale economie en de productie voor de industrie.
Petitie van Witagron
Blokland was maandag aanwezig bij de indiening van een petitie door vertegenwoordigers van Witagron in het district Sipaliwini. Daarin vragen de hoofdkapitein, basja’s en bewoners de regering en De Nationale Assemblée om de samenwerking tussen Braganza, mennonitische landbouwers en de lokale gemeenschappen te ondersteunen.
De indieners zien in de plannen kansen voor werkgelegenheid, verbetering van de infrastructuur en economische ontwikkeling van hun gemeenschappen. Zij benadrukken in de petitie dat de wettelijke voorschriften, inclusief de vereiste milieueffectrapportage, moeten worden nageleefd.
NDP-fractieleider Rabin Parmessar, die bij de ontvangst van de petitie aanwezig was, zei dat de kwestie in het parlement zal worden besproken. Hij gaf aan nog te wachten op documenten die hem waren toegezegd.
Blokland stelt tegenover Starnieuws dat Braganza alle stukken met Parmessar heeft gedeeld. Mocht er nog informatie ontbreken, dan kan volgens hem contact worden opgenomen om duidelijk te maken welke aanvullende documenten nodig zijn.
De directeur hoopt dat de regering alsnog tot een besluit komt dat de uitvoering van de landbouwplannen mogelijk maakt. Voor Braganza staat volgens hem veel op het spel: Suriname zou de kans kunnen benutten om de eigen voedselproductie te versterken en, net als Guyana, een grotere rol te spelen op de regionale landbouwmarkt.