Stel: een ziekenhuisafdeling is prachtig gerenoveerd. Er staat nieuwe apparatuur. Maar de patiënt wacht uren, moet opnieuw zijn verhaal vertellen omdat informatie niet goed is overgedragen, krijgt de uitslag laat en begrijpt bij vertrek niet precies welke medicijnen hij moet gebruiken. Is de zorg dan werkelijk beter geworden?

De regering investeert momenteel fors in het herstel van de gezondheidszorg. Voor het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP) is SRD 635 miljoen uitgetrokken voor onder meer de intensive care, operatiekamers, Spoedeisende Hulp en hartbewaking. Daarnaast wordt gewerkt aan het behoud van zorgpersoneel en is met PAHO/WHO een nieuwe samenwerking voor de periode 2026–2030 gestart, waarin juist meetbare resultaten centraal staan.

Dat verdient erkenning. Zonder investeringen kunnen wij de verouderde infrastructuur niet herstellen en de zorg niet overeind houden. Maar daarna begint de volgende opdracht: ervoor zorgen dat iedere schakel in de zorgketen beter gaat functioneren.

Een gebouw behandelt niemand
Frank Bueno de Mesquita heeft terecht de discussie geopend over het koppelen van zorg aan kwaliteit, gezondheidsresultaten en patiënttevredenheid. Ik zou daar eerst één vraag aan willen toevoegen: wat verstaan wij eigenlijk onder goede zorg?

Een scanner heeft pas waarde voor de zorg als hij werkt, er personeel is dat ermee kan omgaan, onderhoud en materialen beschikbaar zijn, de patiënt tijdig terechtkan, de uitslag de behandelend arts bereikt en er vervolgens ook iets met die uitslag gebeurt.
De investering is dus niet het eindpunt. De patiënt is het eindpunt.

Wat merkt de patiënt?
Voor de samenleving wordt kwaliteit pas herkenbaar wanneer zij merkbaar wordt. Kon ik op tijd terecht? Was het geneesmiddel aanwezig? Wist de volgende zorgverlener waarom ik was verwezen? Kreeg ik mijn uitslag tijdig? Werd er naar mij geluisterd? Begreep ik wat de arts zei? Wist ik na mijn ontslag wat ik thuis moest doen?
Dit zijn geen bijzaken. Dit is hoe een patiënt de zorgketen ervaart.

De vakbekwaamheid van artsen en verpleegkundigen is vanzelfsprekend onmisbaar. Maar ook uitstekende medische kennis levert minder op wanneer de patiënt de instructies niet begrijpt, een uitslag niet wordt opgevolgd of informatie tussen zorgverleners verloren gaat.
Goede communicatie is daarom geen vriendelijke extra. Zij is onderdeel van goede zorg.

Tevredenheid is niet hetzelfde als kwaliteit
Ik spreek daarom liever over patiëntbeleving dan alleen over patiënttevredenheid. Een patiënt kan tevreden zijn omdat een arts vriendelijk was, terwijl de behandeling medisch onvoldoende was. Andersom kan iemand ontevreden zijn over de wachttijd, terwijl de behandeling inhoudelijk uitstekend was.
Wij moeten dus beide meten: de medische kwaliteit én wat de patiënt daadwerkelijk ervaart. Juist daar ligt een kans voor beleid.

Een Nationale Zorgkwaliteitsmonitor
Mijn voorstel is niet om weer een groot instituut op te richten. Begin eenvoudig met een Nationale Zorgkwaliteitsmonitor. Kies een beperkte set indicatoren, voer eerst een nulmeting uit en volg daarna ieder jaar dezelfde aspecten.
Denk bijvoorbeeld aan wachttijden, de beschikbaarheid van essentiële geneesmiddelen, uitval van belangrijke apparatuur, de tijdigheid van diagnostische uitslagen, vermijdbare heropnames, een goede overdracht van patiëntinformatie, begrijpelijke communicatie en patiëntbeleving.

Niet om ziekenhuizen of zorgverleners publiekelijk af te straffen, maar om zichtbaar te maken waar verbetering nodig is en of maatregelen werkelijk effect hebben. Dan kunnen wij over een jaar niet alleen zeggen hoeveel geld is geïnvesteerd, maar ook wat aantoonbaar beter is gaan functioneren.

Niet iedere verbetering kost geld
Hier ligt misschien onze grootste kans. Een goed afsprakensysteem. Een laboratoriumuitslag die dezelfde dag bij de arts terechtkomt. Een duidelijke verwijsbrief. Een specialist die terugrapporteert aan de huisarts. Een verpleegkundige die controleert of de patiënt de medicatie-instructies heeft begrepen. Een afdeling die vastlegt wie verantwoordelijk is voor de verdere opvolging.
Dat vraagt vaak geen miljoenen. Soms ontbreekt niet het geld, maar een duidelijke afspraak.

Iedere schakel moet leveren
De regering kan investeren en beleid maken. Verzekeraars moeten zorg inkopen en betalen. Besturen moeten processen organiseren. Artsen en verpleegkundigen moeten deskundig handelen én communiceren. Laboratoria, apotheken en andere dienstverleners moeten betrouwbaar aansluiten.
Niemand kan zeggen: mijn deel is klaar.

De patiënt ervaart uiteindelijk geen ministerie, ziekenhuis, huisarts, specialist of verzekeraar afzonderlijk. Hij ervaart één zorgtraject. Eén zwakke schakel kan het werk van alle andere tenietdoen.
De investeringen die nu plaatsvinden, bieden ons een kans. Laten wij die benutten om niet alleen gebouwen te herstellen, maar ook de manier waarop wij zorg organiseren.

Dan heeft de samenleving iets concreets om naar uit te kijken: kortere wachttijden, minder zoeken naar medicijnen en materialen, snellere uitslagen, een betere overdracht en vooral een beter begrip van wat er met de patiënt gebeurt.
Dát is vooruitgang die een patiënt kan voelen.

Betere zorg vraagt soms meer geld. Maar soms vraagt zij vooral dat wij beter organiseren wat wij al hebben. De patiënt komt niet voor het gebouw, het apparaat of het budget. Hij komt voor een zorgketen die werkt.

Rick Kromodihardjo