President Jennifer Simons heeft de gewijzigde merkenwet bekrachtigd, waardoor ook dienstverlenende bedrijven in Suriname hun merken officieel kunnen registreren en juridisch beschermen. De wetswijziging maakt een einde aan een langdurige beperking waarbij alleen merken voor producten konden worden geregistreerd. Vooral banken, verzekeringsmaatschappijen, hotels, reisbureaus en andere dienstverleners krijgen hierdoor meer rechtszekerheid.
De wet werd op 6 oktober 2026 door president Simons bekrachtigd en op 8 oktober gepubliceerd in het Staatsblad van de Republiek Suriname. Hiermee is het Reglement Industriële Eigendom Suriname 1912 aangepast aan de ontwikkelingen binnen de dienstensector. De wet is op 9 oktober in werking getreden.
Volgens de memorie van toelichting bood de bestaande wetgeving onvoldoende bescherming aan dienstmerken. Ondernemers die hun diensten onder een specifieke naam of herkenbaar teken aanboden, waren voor juridische bescherming voornamelijk aangewezen op bepalingen over onrechtmatige daad en handelsnamen. Die mogelijkheden boden niet altijd voldoende duidelijkheid en rechtszekerheid.
Ongeveer 9500 dienstverleners
De wetswijziging kan gevolgen hebben voor een grote groep ondernemers. In de toelichting wordt verwezen naar gegevens van het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS), waaruit blijkt dat Suriname volgens de aangehaalde Census van 2016 ongeveer 9500 dienstverleners telde. Het betreft daarmee geen actuele telling over 2026.
Het gaat onder meer om banken, verzekeringsmaatschappijen, transportbedrijven, hotels, schoonmaakbedrijven, accountants en advocaten. Deze ondernemingen kunnen hun dienstmerken voortaan laten inschrijven bij het Bureau Intellectuele Eigendom (BIE).
Met een geldige registratie krijgen merkhouders betere mogelijkheden om juridisch op te treden tegen het ongeoorloofd gebruik van identieke of overeenstemmende merken. Daarbij spelen onder meer verwarringsgevaar, eerder merkgebruik en bestaande voorrangsrechten een rol. Registratie betekent daardoor niet automatisch dat een ondernemer onder alle omstandigheden het exclusieve recht op een merk verkrijgt.
Negen maanden voor bestaande merkhouders
De wet bevat ook een overgangsregeling voor ondernemers die hun merk al hebben geregistreerd of een registratieaanvraag hebben lopen.
Zij krijgen eenmalig negen maanden na de inwerkingtreding de gelegenheid om hun bestaande registratie te wijzigen of uit te breiden met dienstenklassen. Daarbij moeten zij kunnen aantonen dat het merk daadwerkelijk voor de betreffende diensten wordt gebruikt.
Als bewijs kunnen onder meer facturen, overeenkomsten en opdrachtbevestigingen worden overgelegd. De gebruikelijke registratiekosten blijven van toepassing.
Merkregistraties worden online gepubliceerd
Een andere belangrijke verandering is dat het BIE geregistreerde merken voortaan via zijn website openbaar maakt. Daarbij worden onder meer de naam van de merkhouder, de betreffende producten of diensten, de registratiedatum en het inschrijvingsnummer vermeld.
Ook worden de vereisten voor het indienen van merken aangepast. Aanvragers moeten onder andere een digitale afbeelding van hun merk aanleveren en aangeven voor welke producten of diensten bescherming wordt gevraagd.
Daarnaast krijgt de verantwoordelijke minister de bevoegdheid om de hoogte van registratiekosten en andere vergoedingen bij beschikking vast te stellen. De categorieën waarvoor kosten verschuldigd zijn, blijven wettelijk vastgelegd.
Volgens de memorie van toelichting moet de nieuwe regeling de rechtszekerheid voor ondernemers vergroten en de dienstverlening van het BIE verbeteren. De overheid verwacht bovendien dat de uitbreiding van de registratiemogelijkheden financiële voordelen voor de staat zal opleveren.