Het nationale schoolvoedingsprogramma wordt in het schooljaar 2026/2027 verder uitgebreid. Inmiddels hebben 316 scholen zich voor deelname aangemeld. Binnen het programma gaat het om ongeveer 34.000 broden en warme maaltijden.

De leveringen moeten rond de derde of vierde week van oktober van start gaan. Dat zegt Mireille Cramer, voorzitter van de presidentiële werkgroep Schoolvoedingsproject, in een vraaggesprek met de Communicatiedienst Suriname (CDS). Volgens Cramer blijft de behoefte aan schoolvoeding toenemen.

Het programma moet ervoor zorgen dat kinderen tijdens de schooldag iets kunnen eten en zich daardoor beter op het onderwijs kunnen concentreren. “Laten we er met z’n allen voor zorgen dat ieder kind, ongeacht zijn of haar omstandigheden, tijdens de schooldag iets kan eten. Uiteindelijk willen we dat kinderen zich kunnen concentreren op leren en zich ontwikkelen”, aldus Cramer.

Meer aandacht voor lokale producten
Binnen het programma wordt ook onderzocht hoe meer lokaal geproduceerde voedingsmiddelen kunnen worden opgenomen. Dit sluit aan bij de visie van president Jennifer Simons om de lokale productie verder te stimuleren.

In het afgelopen schooljaar is hiervoor een pre-pilot uitgevoerd met een selectie van scholen uit verschillende gebieden. Daarbij is rekening gehouden met het feit dat de behoeften per gebied kunnen verschillen.

“Een kind uit de omgeving Latour kan een andere behoefte hebben dan bijvoorbeeld een kind uit Ma Retraite of het binnenland”, legt Cramer uit. In het nieuwe schooljaar worden meer scholen bij de pilot betrokken. Daarmee wil de werkgroep verder nagaan hoe lokale producten een grotere plaats kunnen krijgen binnen het schoolvoedingsprogramma.

Warme maaltijden ook naar Marowijne
Het schooljaar 2025/2026 stond volgens Cramer vooral in het teken van de opbouw en monitoring van het programma. De ervaringen uit die periode worden gebruikt om de uitvoering verder te verbeteren.

Het programma wordt landelijk uitgevoerd. In Brokopondo en Sipaliwini worden voornamelijk warme maaltijden verstrekt. Dit schooljaar wordt ook Marowijne hieraan toegevoegd. In de overige districten ligt de nadruk op broodmaaltijden.

Aantal kavels uitgebreid van 18 naar 34
Een belangrijke aanpassing voor het nieuwe schooljaar is de verkleining van de leveringskavels. Het totale aantal kavels is hierdoor uitgebreid van 18 naar 34. Bij de nieuwe indeling is gekeken naar het aantal dagelijkse leveringen per leverancier en naar de logistieke ligging van de scholen binnen de verschillende gebieden.

“Door de kavels te verkleinen, wordt het aantal dagelijkse leveringen per leverancier beter beheersbaar. Tegelijkertijd hebben we rekening gehouden met de logistieke ligging van de scholen. Daarmee streven we naar kwaliteitsbehoud en tijdige levering”, zegt Cramer.

Aandacht voor voedselveiligheid
Voor de uitvoering werkt de werkgroep samen met leveranciers die ieder verantwoordelijk zijn voor een toegewezen kavel. Daarbij wordt toegezien op hygiëne, kwaliteit en voedselveiligheid.

In samenwerking met het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG) zijn trainingen op het gebied van voedselveiligheid verzorgd voor leveranciers en hun medewerkers. Ook de districtscommissarissen worden betrokken bij de monitoring en controle in de verschillende gebieden.

De werkgroep rondt momenteel de voorbereidingen voor het schooljaar 2026/2027 af. Daarbij zijn de ervaringen uit het afgelopen schooljaar meegenomen.

Het streven is om rond de derde of vierde week van oktober met de leveringen te beginnen. Volgens Cramer moet de verdere groei van het programma samengaan met kwaliteit, voedselveiligheid, tijdige levering en goede monitoring.