De slavernij en het kolonialisme worden vanuit het Marronperspectief beschouwd als een belangrijke bron van inspiratie voor de voortdurende strijd tegen onderdrukking en voor menselijke waardigheid, vrijheid, rechtvaardigheid en lotsverbetering. De ondertekening van het vredestraktaat tussen de toenmalige blanke koloniale heersers en de voorouders van de Marrons op 10 oktober 1760 markeert een bijzondere historische mijlpaal in het bestaan van de afstammelingen van Afrikanen die door de blanken tot slaaf werden gemaakt. Deze dag symboliseert de overwinning van vrijheid en vrede op onderdrukking en mishandeling.
Het is genoegzaam bekend onder welke miserabele en mensonterende omstandigheden tot slaaf gemaakte mensen arbeid moesten verrichten op de plantages in de kolonie Suriname. Deze omstandigheden hebben velen ertoe gebracht de moedige stap te zetten om zich aan de slavernij te onttrekken en zich te vestigen in het ondoordringbare tropische oerwoud van Suriname. Ook daar waren de omstandigheden verre van ideaal, maar men koos bewust voor vrijheid boven zekerheid. In deze nieuwe omgeving konden zij zich vrijelijk ontwikkelen en hun menselijke waardigheid behouden.
Dat uiteindelijk een akkoord werd gesloten met de blanke koloniale heersers, was geenszins vanzelfsprekend. De totstandkoming van het vredestraktaat was het resultaat van de moedige en vastberaden strijd van de Marronvoorouders, die werd gedragen door een sterk moreel besef. Eenheid, collectiviteit, saamhorigheid en eensgezindheid vormden belangrijke krachten waarmee de Marrons zich in het oerwoud staande hielden. Zij leverden een geduchte strijd tegen de koloniale machthebbers en wisten hen uiteindelijk zover te brengen dat vrede moest worden gesloten.
Na zoveel eeuwen gaat deze strijd anno 2026 nog steeds door. Hoewel de Marrongemeenschap, evenals andere bevolkingsgroepen, een wezenlijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van Suriname, is de levensstandaard in het binnenland nog steeds niet wat deze zou moeten zijn. De strijd zal moeten worden voortgezet totdat er sprake is van kwalitatief goed onderwijs, adequate medische zorg, optimale infrastructuur, duurzame productie en voldoende werkgelegenheid in het binnenland.
Dat de ontwikkeling tot op heden niet optimaal op gang is gekomen, heeft zowel interne als externe oorzaken. De hechte eenheid binnen de gemeenschap staat nadrukkelijk ter discussie en is dringend aan heroriëntatie toe. Recente ontwikkelingen tonen aan dat persoonlijke belangen soms zwaarder wegen dan het collectieve belang. Tegelijkertijd heeft invloed van buitenaf ook positieve ontwikkelingen in het binnenland gebracht, maar de impact daarvan is niet altijd gunstig. De uitwassen binnen de goudwinningssector zijn hiervan een duidelijk voorbeeld. De veiligheid en een gezond leefmilieu in het achterland staan hierdoor zwaar onder druk.
Een ander actueel vraagstuk waarmee binnenlandbewoners, zowel tribale als inheemse gemeenschappen, al eeuwen worden geconfronteerd, is het grondenrechtenvraagstuk. Ondanks internationale uitspraken, talloze consultatierondes, protesten en beleidsdocumenten is er nog steeds geen duurzame oplossing. De politieke en bestuurlijke wil lijkt onvoldoende om de traditionele woon- en leefgebieden van de binnenlandbewoners daadwerkelijk te verbinden aan adequate juridische bescherming.
Een belangrijk obstakel hierbij is dat kapitaalkrachtige belangen uit de kustvlakte, die sterk verbonden zijn met economische activiteiten in het binnenland, mogelijk terrein zouden moeten prijsgeven. De bereidheid daartoe lijkt beperkt. Deze belangen worden zelden openlijk benoemd, maar worden vaak verhuld in langdurige en weinig concrete politieke discussies. Ondertussen worden voorstellen gedaan, zoals een 5-kilometerregeling rond woon- en leefgemeenschappen. Een dergelijke regeling houdt echter onvoldoende rekening met de complexe leefwijze, cultuur en ruimtelijke structuur van de binnenlandbewoners.
Steeds opnieuw worden nieuwe inzichten ontwikkeld en onderzoeken uitgevoerd, maar een concrete en breed gedragen oplossing blijft uit. Pioniers uit de inheemse en tribale gemeenschappen die jarenlang onvermoeibaar voor deze rechten hebben gestreden, zijn inmiddels overleden zonder hun uiteindelijke doel te hebben bereikt.
Het is daarom van eminent belang dat iedereen binnen de Marrongemeenschap zich op 10 oktober van dit jaar bezint en een grondige evaluatie maakt van de huidige situatie. Wij moeten ons bewust zijn van onze historische verantwoordelijkheid om de strijd van onze dappere Marronvoorouders voort te zetten en de gemeenschap verder te verheffen binnen de Surinaamse samenleving. Alleen door eenheid, verantwoordelijkheid en samenwerking kunnen wij samen met alle andere bevolkingsgroepen bouwen aan een rechtvaardige, harmonieuze en welvarende maatschappij waarin iedere Surinamer in waardigheid en vrede kan leven.
Ettiré Patra