President Jennifer Simons heeft in een interview met ABC Nieuws benadrukt, dat de aanpak van de energieproblematiek in Suriname, een kwestie van geld en tijd is. Het bedrag van circa SRD 500 miljoen dat wordt genoemd voor de energiesector, moet volgens haar niet uitsluitend worden gezien als een investering om de huidige loadshedding op korte termijn te beëindigen. “Wanneer een minister zegt 500 miljoen, dan gaat het niet alleen over de loadshedding van nu. Het gaat over het plan dat er is om voldoende energie op te wekken richting 2029”, aldus de president.
Simons wees erop dat een nieuwe energieopwekkingscapaciteit niet van de ene op de andere dag beschikbaar kan zijn. “Al bestel je die machines nu, het komt toe voor anderhalf jaar”, stelde zij.
Daarom zijn volgens haar, ook andere methoden nodig om het tekort aan elektriciteit, op korte termijn op te vangen.
De regering werkt daarom aan een plan om de nationale energievoorziening verder te diversifiëren. Suriname moet geleidelijk minder afhankelijk worden van zware olie en uiteindelijk meer gebruikmaken van gas en hernieuwbare energie, waaronder zonne-energie. Volgens Simons kan zonne-energie op verschillende manieren worden ingezet. Naast grote solarparken, kan ook worden gekozen voor een zogenoemde gedistribueerde aanpak, waarbij huishoudens zelf een deel van hun elektriciteit opwekken. Zo wordt bekeken of bij nieuwe woningen, zonnepanelen kunnen worden geïnstalleerd. Het Woningbouwfonds heeft al toestemming gegeven om de financiering van zonnepanelen voor woningen mee te nemen. Ook hebben volgens de president, ongeveer vier bedrijven belangstelling getoond om gezamenlijk circa 100 megawatt aan zonne-energie op te zetten.
Hiervoor moeten de Energiebedrijven Suriname (EBS) een aanbesteding uitschrijven. Simons zei dat het ontbreken van een formeel energiesectorplan, eerder voor vertraging zorgde. Hoewel zij ervan uitging dat het plan bestond, bleek dit niet het geval te zijn. Het benodigde staatsbesluit is inmiddels aangenomen, waardoor Suriname nu over een officieel energiesectorplan beschikt en de EBS kunnen beginnen met het tenderen van projecten. “Over het algemeen is solar binnen negen maanden tot een jaar beschikbaar. De andere projecten duren langer”, aldus Simons.
De president waarschuwt tegelijkertijd dat loadshedding voorlopig nog niet volledig kan worden uitgesloten. De regering richt zich erop om de problemen in 2027, verder terug te dringen. Daarvoor kunnen aanzienlijke investeringen nodig zijn, maar volgens Simons hoeft de overheid niet noodzakelijkerwijs het volledige bedrag zelf op tafel te leggen. Zij verwees daarbij naar publiek-private samenwerkingen (PPP’s), waarbij private partijen investeren in projecten en vervolgens energie aan de overheid kunnen leveren.
Volgens haar zijn verschillende van dergelijke constructies al in voorbereiding en kan deze aanpak ook worden toegepast binnen de energiesector. Simons benadrukte dat het genoemde bedrag van circa 500 miljoen daarom niet automatisch betekent dat dit volledige bedrag nodig is om binnen één jaar een einde te maken aan de loadshedding. Naast de financiële middelen, speelt vooral de beschikbaarheid van nieuwe capaciteit een belangrijke rol.
Op korte termijn kunnen ook energiebesparende maatregelen helpen. De president wees erop dat huishoudens die zonnepanelen op hun dak plaatsen niet alleen zelf energie kunnen opwekken, maar daarmee ook hun afname van het elektriciteitsnet, kunnen verminderen. “Behalve als wij minder stroom gebruiken”, zei Simons. Vooral huishoudens met een hoog elektriciteitsverbruik zouden volgens haar, kunnen overwegen om zelf in zonnepanelen te investeren.