Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur roept ouders op hun kinderen vrijdag 2 oktober gewoon naar school te sturen. Volgens de bewindsman moeten alle betrokken partijen hun verantwoordelijkheid nemen en mogen leerlingen geen schooldag missen. Hij vindt dat de onderwijsbonden buiten hun bevoegdheid zijn getreden door ouders te adviseren hun kinderen thuis te houden.
Currie bezocht donderdagochtend zes van de ongeveer 600 scholen in het land. Op drie scholen waren voornamelijk leerkrachten aanwezig, terwijl op de andere drie zowel de leerkrachten als de leerlingen volgens hem voltallig aanwezig waren. De minister vindt het positief dat de onderwijsbonden hun leden hebben opgeroepen om naar school te gaan, maar stelt dat de oproep daar had moeten eindigen.
“De bond heeft de leerkrachten opgeroepen om naar school te gaan. Dat is positief, maar daarmee houdt hun bevoegdheid op”, aldus Currie. Volgens hem behoort het niet tot de bevoegdheid van de vakbonden om ouders te adviseren hun kinderen thuis te houden.
De drie scholen waar zowel leerlingen als leerkrachten aanwezig waren, hadden zich volgens de minister goed voorbereid op de start van het nieuwe schooljaar. De schoolleidingen hadden ruim vóór 1 oktober geïnventariseerd hoeveel onderwijzend personeel beschikbaar was. Ook was vooraf contact opgenomen met de ouders.
Currie erkent dat er een tekort aan leerkrachten bestaat, maar benadrukt dat dit probleem niet binnen twee dagen kan worden opgelost. Tegelijkertijd moet volgens hem worden voorkomen dat leerlingen onderwijsdagen missen. “Het is van belang dat de leerlingen geen dag missen”, stelt de minister.
Op dinsdag 29 september voerde Currie overleg met de onderwijsbonden. Daarbij werd onder meer gesproken over de overeenkomst die op 2 juni werd gesloten en over de achterstanden die nog moeten worden ingelopen. Tijdens het overleg is afgesproken duidelijk in kaart te brengen wat inmiddels is afgerond, waaraan het ministerie momenteel werkt en welke afspraken nog openstaan.
Daarvoor worden twee restlijsten opgesteld. Op de eerste lijst komen zaken die tot en met december 2025 als achterstand worden aangemerkt. De tweede lijst heeft betrekking op actuele kwesties uit de periode van januari tot en met juni 2026. Beide lijsten moeten duidelijk maken welke afspraken zijn uitgevoerd en welke punten nog moeten worden aangepakt.
Volgens Currie komen de betrokken partijen volgende week opnieuw bijeen om per onderdeel vast te stellen wat moet worden uitgevoerd en wie daarvoor verantwoordelijk is.
Tijdens de gesprekken met de bonden is ook uitvoerig gesproken over de start van het nieuwe schooljaar. De vakbonden hadden gevraagd om de scholen op 1 oktober nog niet met leerlingen te laten beginnen. Na het overleg besloot de minister echter vast te houden aan de officiële startdatum.
Currie zegt dat hij vervolgens via via een kopie ontving van een brief waarin de bonden ouders adviseerden hun kinderen thuis te houden. De brief was volgens hem niet aan de minister gericht. Hij vindt dat de onderwijsbonden hiermee buiten hun boekje zijn gegaan en zal hun daarover een brief sturen.
De bewindsman benadrukt dat de regering de afgelopen periode uitvoerig met de bonden heeft overlegd en dat de gemaakte afspraken verder moeten worden uitgevoerd. Tegelijkertijd roept hij alle betrokkenen op hun verantwoordelijkheid te nemen.
“De leerlingen moeten centraal staan. We moeten ervoor zorgen dat zij geen onderwijsdag missen”, aldus Currie. Hij herhaalt daarom zijn oproep aan ouders om hun kinderen vrijdag 2 oktober naar school te sturen.