De beslissing om het water en de vis van de Saramaccarivier ongeschikt te verklaren voor consumptie is geen lokaal incident. Het is een nationaal alarmsignaal. Cyanide, kwik en andere zware metalen hebben een volledig riviersysteem aangetast waarop gemeenschappen generaties lang hebben vertrouwd. De oorzaak is bekend. De gevolgen zijn bekend. De vraag is nu of de regering bereid is haar verantwoordelijkheid ook volledig op te nemen.

De huidige noodmaatregelen zijn begrijpelijk. Gemeenschappen die afhankelijk zijn van de rivier hebben ondersteuning nodig. Maar wanneer een belangrijk onderdeel van de oplossing bestaat uit het aanleren van kippenkweek, dreigt de essentie van het probleem uit beeld te verdwijnen. Het probleem is niet dat mensen tijdelijk geen vis kunnen eten. Het probleem is dat een van de belangrijkste rivieren van Suriname vergiftigd is geraakt.

Kippen vervangen geen rivier
Voor inheemse en tribale gemeenschappen is vis niet zomaar voedsel. Zij vormt een onderdeel van cultuur, identiteit, traditie en verbondenheid met het landschap. Wie denkt dat een visser eenvoudig een kippenhouder kan worden, kijkt uitsluitend naar economische cijfers en vergeet de sociale, culturele en ecologische werkelijkheid waarin deze gemeenschappen leven. Bovendien creëert het voorgestelde alternatief nieuwe afhankelijkheden. Voeder moet worden aangevoerd, systemen moeten onderhouden worden en gemeenschappen worden sterker afhankelijk van externe ketens. Daarmee verschuift het probleem, maar wordt het niet opgelost.

Wat vooral ontbreekt in de huidige aanpak is een duidelijke visie op herstel. Er wordt gesproken over noodhulp, maar nauwelijks over hoe de rivier opnieuw gezond moet worden gemaakt. Er is geen concreet plan voor sanering van vervuild sediment, geen uitgewerkt programma voor herstel van ecosystemen en geen duidelijke strategie om visbestanden weer veilig en levensvatbaar te maken.

De regering heeft wel een belangrijke eerste stap gezet door nieuwe goudvergunningen te bevriezen en kwetsbare gebieden beter af te willen bakenen. Dat verdient erkenning. Het doorbreekt de oude gedachte dat overal waar goud voorkomt ook zonder meer ontgonnen moet kunnen worden. Maar deze maatregel voorkomt hoogstens nieuwe schade. Ze herstelt de bestaande schade niet. Daar ligt precies de kern van de verantwoordelijkheid van de overheid.
Wanneer een rivier vergiftigd raakt, volstaat het niet om de bevolking te leren hoe zij zonder die rivier kan leven. De overheid heeft ook de plicht om alles in het werk te stellen om die rivier opnieuw leefbaar te maken. Anders wordt de rekening van de vervuiling doorgeschoven naar de bevolking terwijl de vervuilers buiten beeld blijven. Daarnaast ontbreekt een structureel preventiebeleid. Een tijdelijke stop op nieuwe concessies is onvoldoende. Er zijn permanente controles nodig, onafhankelijke monitoring, realtime metingen van waterkwaliteit en een juridisch kader dat vervuilers daadwerkelijk aansprakelijk stelt voor de schade die zij veroorzaken. Zolang vervuiling goedkoper blijft dan herstel, zal de problematiek zich blijven herhalen.
De Saramaccarivier vraagt daarom niet om crisisbeheer maar om herstelbeleid. Dat betekent een langetermijnprogramma van minstens tien jaar met duidelijke prioriteiten. Allereerst moet elke bron van verdere vervuiling onmiddellijk worden stopgezet. Vervolgens is een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek nodig naar de werkelijke omvang van de schade. Getroffen gemeenschappen moeten toegang krijgen tot veilig drinkwater en langdurige medische opvolging. Tegelijk moet geïnvesteerd worden in ecologische herstelmaatregelen zoals natuurlijke zuiveringszones, wetlands, sanering van zwaar vervuilde locaties en herstel van visbestanden. Alle meetgegevens over waterkwaliteit moeten publiek beschikbaar zijn. Lokale gemeenschappen moeten daarbij niet toeschouwer zijn, maar volwaardige partners.
Suggesties voor zulk herstelbeleid zijn opgenomen in de bijlage.

De crisis rond de Saramaccarivier staat bovendien niet op zichzelf. Ook elders in Suriname bestaan al jarenlang zorgen over de impact van goudwinning op rivieren, kreken en leefgebieden. Wat vandaag gebeurt langs de Saramacca kan morgen elders gebeuren. Daarom gaat deze discussie niet alleen over één rivier. Zij gaat over de vraag hoe Suriname zijn natuurlijke rijkdommen wil beheren.
Willen we een land waarin steeds meer waterlopen ongeschikt worden voor consumptie? Een land waar traditionele voedselbronnen verdwijnen en gemeenschappen afhankelijk worden van noodvoorzieningen? Of willen we een land dat zijn natuurlijke rijkdommen beschermt, herstelt en doorgeeft aan volgende generaties?

De Saramaccarivier gaat uiteindelijk over meer dan waterkwaliteit. Ze gaat over bestuur, verantwoordelijkheid en politieke moed. De regering moet erkennen dat haar taak niet eindigt bij noodhulp. Haar verantwoordelijkheid begint daar pas.
De echte vraag is niet hoe mensen kunnen leren leven zonder de Saramaccarivier.
De echte vraag is hoe Suriname ervoor zorgt dat de Saramaccarivier opnieuw kan leven.
Dat moet de nationale ambitie zijn. Niet het beheren van het verlies van een ecosysteem, maar het herstel ervan.


jef crab – planetair burger/Stg. Ecosystem 2000
Jupta Itoewaki – Stg. MULUKOT
Rita Lemmer – Nieuw aangewezen Bassia Cassipora
U kunt het volledige artikel hier downloaden.


Documenten: