De kritiek dat de Presidentiële AML/CFT/CPF Task Force grotendeels overbodig zou zijn omdat Suriname al beschikt over risicoanalyses, strategische plannen, rapporten en bestaande instituties, geeft een vertekend beeld van de situatie waarin het land zich nu bevindt. Niemand ontkent dat in de afgelopen jaren veel werk is verricht. De relevante vraag is niet hoeveel documenten zijn geproduceerd, maar of Suriname binnen de resterende CFATF-termijnen kan bewijzen dat noodzakelijke maatregelen juridisch van kracht zijn, daadwerkelijk worden toegepast en concrete resultaten opleveren.

Een essentieel feit in die beoordeling is de brief van CFATF van 17 juli 2026. Daaruit blijkt dat Suriname bij brief van 17 april 2026 heeft meegedeeld voor de vierde Follow-Up Report-cyclus geen Technical Compliance Re-Rating te zullen aanvragen. CFATF verbindt daaraan duidelijke gevolgen. De laatste FUR binnen deze ronde wordt in november 2027 behandeld. Wil Suriname voor resterende technische tekortkomingen alsnog een hogere rating aanvragen, dan moet de informatie ter ondersteuning daarvan ten minste zes maanden vóór die plenaire vergadering worden ingediend: uiterlijk in mei 2027. Voor informatie over effectiviteit geldt september 2027. Het gevraagde uitstel is bovendien niet ingewilligd.

De huidige tijdsdruk is dus niet door de Task Force gecreëerd. Zij heeft een bestaande internationale tijdlijn geërfd en moet ervoor zorgen dat technische analyse, wet- en regelgeving, institutionele uitvoering, bewijsopbouw en rapportage op elkaar aansluiten. CFATF maakt daarbij duidelijk dat voor een re-rating alleen maatregelen kunnen meetellen die vóór de relevante deadline daadwerkelijk “in force and effect” zijn. Een wetsontwerp, beleidsvoornemen, advies of eerder rapport is daarom op zichzelf niet voldoende. Er moet kunnen worden aangetoond dat maatregelen formeel gelden én in de praktijk worden toegepast.

Daar ligt de kern van haar opdracht. Tjin Liep Shie stelt zelf dat het probleem vooral in de uitvoering ligt en pleit voor een overzicht waarin wordt bijgehouden wat is uitgevoerd, wat nog openstaat, welke instelling verantwoordelijk is en waarom acties vertraging oplopen. Dat is in wezen precies wat de Task Force moet doen. Zij werkt met een implementatiematrix, actiehouders, deadlines, deliverables, bewijsdossiers, monitoring en escalatie. Een actie is pas afgerond wanneer een concreet en controleerbaar resultaat voorligt.

De Task Force vervangt bestaande instellingen niet. De FIU, de Centrale Bank, ministeries, het Openbaar Ministerie, de politie en toezichthouders behouden hun wettelijke taken. De Task Force functioneert tijdelijk als centraal coördinatie-, verificatie-, kwaliteitsborgings- en escalatiemechanisme. Omdat het AML/CFT/CPF-stelsel afhankelijk is van vele instellingen, is centrale regie noodzakelijk. Een wet kan zijn aangenomen terwijl uitvoeringsbesluiten ontbreken; een instelling kan maatregelen hebben getroffen zonder betrouwbare statistieken; een toezichthouder kan beleid hebben vastgesteld zonder aantoonbare toepassing. Uiteindelijk moet één consistent nationaal dossier bestaan waarin claims met bewijs worden gedragen.

Ook de suggestie dat eerder werk wordt overgedaan, klopt niet. Bestaande rapporten, analyses, wetsproducten, statistieken en andere bewijsstukken moeten juist worden gebruikt wanneer zij actueel, relevant en valideerbaar zijn. De toets gaat verder dan de constatering dat een document bestaat. Er moet worden vastgesteld of de aanbevelingen nog aansluiten bij de geldende FATF-criteria, of maatregelen juridisch in werking zijn getreden, of zij operationeel worden toegepast en of de resultaten controleerbaar kunnen worden onderbouwd. Totdat die validatie heeft plaatsgevonden, kan niet verantwoord worden geconcludeerd dat “het huiswerk al is gedaan”.

Daarom werkt de Task Force terug vanaf de internationale deadlines. Voor de technical-compliance re-rating geldt mei 2027 als externe termijn, maar intern moet het technische pakket al eerder gereed zijn om ruimte te houden voor juridische controle, methodologische validatie, bestuurlijke besluitvorming en correctie. Tegelijk moet het effectiviteitsspoor worden opgebouwd. FATF kijkt immers niet alleen naar de aanwezigheid van regels, maar ook naar de vraag of het systeem in de praktijk werkt en duurzame resultaten oplevert. Dat vereist statistieken, concrete zaken, toezichtresultaten, handhaving, institutionele capaciteit en ander verifieerbaar bewijs.

Publieke controle op de Task Force en overheidsgeld is legitiem. Maar die kritiek moet wel uitgaan van het volledige feitencomplex. Wie uitsluitend wijst op het bestaan van eerdere plannen, commissies en rapporten, zonder de internationale deadlines, de eis van daadwerkelijke inwerkingtreding en toepassing en de noodzaak van gevalideerd bewijs mee te nemen, schetst een te geruststellend beeld van de positie van Suriname.

De Task Force is niet ingesteld omdat in het verleden niets is gedaan. Zij is ingesteld omdat nu, onder aanzienlijke tijdsdruk, moet worden vastgesteld wat werkelijk is gerealiseerd, welke tekortkomingen nog bestaan, welke instelling welke actie moet uitvoeren en hoe Suriname dat alles tegenover CFATF met één betrouwbaar nationaal dossier kan aantonen. Een nieuwe commissie op zichzelf is inderdaad geen resultaat. Juist daarom moet deze Task Force worden beoordeeld op wat zij oplevert: uitvoering, bewijs, coördinatie en tijdige nationale besluitvorming. Dat is geen luxe. In de huidige fase is het een noodzakelijke voorwaarde om te voorkomen dat Suriname internationaal wordt afgerekend op maatregelen die wel zijn aangekondigd, maar niet aantoonbaar zijn gerealiseerd.

Mr. Dr. Jennifer van Dijk-Silos
Voorzitter AML-Task Force
U kunt het volledige artikel hier downloaden.


Documenten: