
De nieuwe ambassadeurs van Nederland, Groot-Brittanië, Iran, Sri Lanka, Zambia, Verenigde Arabische Emiraten en de Filippijnen zijn er gereed voor om de bilaterale betrekkingen tussen hun land en Suriname naar een hoger niveau te tillen. De diplomaten hebben op donderdag 20 augustus 2026 allen op het presidentieel paleis hun geloofsbrieven aan president Jennifer Simons overhandigd. De ambassadeur van Nederland is residerend, terwijl de overige zes niet-residerend zijn.
Ambassadeur Ali Chegeni van Iran zei dat Suriname als land zeer bekend en geliefd is in Iran. Hij merkte op dat beide landen veel gemeen hebben. De diplomaat noemde onder andere de grote gemeenschap van mensen van Aziatische en Afrikaanse afkomst, die verschillende culturen en een gedeelde geschiedenis hebben. “Ik ben ervan overtuigd dat we veel goede dingen kunnen bereiken, onder meer op het gebied van industrie, landbouw, technologie en toerisme.”
Het doel van ambassadeur Colonne Appuhamillage Chaminda Inoka Colonne van Sri Lanka is om de economische en handelsbetrekkingen tussen beide landen verder te versterken en in het bijzonder economische diplomatie te bevorderen. Ook Zuid-Zuidsamenwerking is een belangrijk aandachtspunt. “Daarnaast bespreken we de mogelijkheid om politieke consultaties tussen onze ministeries van Buitenlandse Zaken te organiseren”, zegt de diplomate.
Ze voegt eraan toe dat het ook het streven is om te komen tot visumvrijstelling voor diplomatieke en officiële paspoorten van functionarissen en hoogwaardigheidsbekleders. “Verder zijn we van plan een uitwisselingsprogramma tussen de parlementen op te zetten, waarbij een vriendschapsgroep tussen Sri Lanka en Suriname wordt gevormd.” Net als de Sri Laankse gezante kijkt ook Martine Jacoba Busstra van het Koninkrijk der Nederlanden uit naar een uitstekende relatie met Suriname.
Zij wil zich de komende periode inzetten om de bilaterale betrekkingen verder te verdiepen. De diplomate ziet kansen voor nauwere economische samenwerking en ook nieuwe mogelijkheden vanwege de opkomende olie- en gassector in Suriname. Haar Engelse ambtgenoot Joseph Guy Fisher, die Georgetown als standplaats heeft, wil zich inzetten voor een versterkte relatie op het gebied van handel, investeringen, klimaatweerbaarheid, natuur en milieu.