Gaandeweg zien niet alleen veel Surinamers, maar ook velen daarbuiten, 2030 als het jaar van de waarheid, vooral als het gaat om de economische groei en lotsverbetering van onze landgenoten. Dit blijkt ruimschoots uit gesprekken tussen burgers, ingezonden opiniestukken, redactionele beschouwingen en columns in de media, maar daarnaast ook uit analyses van deskundigen en uit voorgenomen beleidsplannen en -projecten van de regering.
De verwachtingen in de samenleving lopen uiteen en zijn behoorlijk hooggespannen, ondanks de vrees dat opbrengsten uit olie en gas mogelijk in verkeerde handen kunnen belanden. Gelukkig is het hoopgevend dat de overheid, wat betreft een structurele aanpak dan wel oplossing van problemen en wantoestanden waarmee land en volk te kampen hebben, veelvuldig het jaar 2030 noemt als overgangsjaar voor daadwerkelijke groei en stabiliteit.
De president heeft onlangs nadrukkelijk gesteld dat Suriname zich moet voorbereiden op de komst van grote kapitaalstromen als gevolg van de olie- en gasontwikkelingen. Vaststaat echter dat dit alleen te realiseren is indien tijdig en in volle omvang wordt voldaan aan concrete vereisten, voorwaarden, samenwerkingsvormen en overeenkomsten. De olie- en gasinkomsten dienen dus zonder uitstel structureel te worden ingezet voor economisch herstel en deugdelijk bestuur.
Op hoop van zegen
Voorwaar, Suriname heeft, als we de olie- en gasinkomsten als drempel kiezen, nog een lange, moeilijke weg te gaan. Toch is er goede hoop op een goede toekomst, mits we schouder aan schouder, oprecht en eerlijk, gaan samenwerken aan de opbouw van Suriname.
Gezien mijn eigen referentiekader meen ik dat er nog voldoende hoop is op groei en bloei van Suriname, mits we goed gebruik gaan maken van de inkomsten uit olie en gas, daargelaten de inkomsten uit landbouw, goud, toerisme, hout, vis en garnalen. Deze vormen natuurkapitaal waarvoor de wereld veel geld wil betalen en waarmee Suriname veel inkomsten kan verwerven, als we het slim en goed aanpakken.
Hoop zit dus vooral in de vraag of wij de beschikbare kansen goed benutten en de daaruit verkregen inkomsten bij eerlijke bestuurders terechtkomen, die deze met prioriteit gaan inzetten in het belang van land en volk. Indien dit lukt, kan Suriname daadwerkelijk uitzonderlijk grote sprongen maken naar ontwikkeling en welvaart!
Als de inkomsten uit olie en gas binnenkomen en deugdelijk worden beheerd en besteed, kan er structureel geld worden vrijgemaakt voor doelmatige gezondheidszorg, onderwijs, criminaliteitsbestrijding, optimaal personeels- en sociaal beleid, alsook voor mijnbouw, hout, rijstteelt en alle overige sectoren. Deze inkomsten mogen onder geen beding in dure of populistische projecten verdwijnen. We moeten zeker lering trekken uit het mislukte project in West-Suriname.
Veiligheid
Van oudsher investeren investeerders hun kapitaal niet in landen waar eigendommen niet veilig zijn of waar regels en overeenkomsten, vaak na een machtswisseling, overboord worden gegooid. Investeerders willen graag rechtszekerheid, fysieke veiligheid en vooral politieke stabiliteit.
Als dit alles goed geregeld is in een land, willen niet alleen de grote multinationals, maar ook middelgrote ondernemers in het land investeren. Wat dat betreft, heeft Suriname geen slechte reputatie en beschikt het over voldoende grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen om rijk te worden.
Hopelijk heeft de regering voldoende aandacht voor met name de mensen die in de olie- en gasindustrie komen te werken. Men wordt pas echt rijk als men gezond is en zich veilig voelt om te bouwen. Zonder een goede gezondheid en veiligheid stort elk mooi “oliehuis” immers in elkaar!
Ter overdenking: “Laten wij geloven in Suriname, niet alleen in de grond onder onze voeten, maar ook in de eerlijkheid van leiders en mensen om ons heen. Met hoop in ons hart en hard werken bouwen wij samen aan de ontwikkeling en toekomst van ons geliefde land!”
Sranan na wi, en zolang wij hoop, vertrouwen en daadkracht hebben, heeft ons geliefde land een goede toekomst!
Roy Harpal