Alphense elite profiteerde van Surinaamse plantages én slaven

Plantage Oudshoorn in lag aan de Commewijnerivier. Er is een wijk in Alphen aan den Rijn naar vernoemd.
Shoeket logo

Bron: De Ware Tijd

12 Juli 2026 12:00

Voor mij lezen

ALPHEN AAN DEN RIJN – Nieuw historisch onderzoek heeft een directe link blootgelegd tussen de Nederlandse gemeente Alphen aan den Rijn en het Surinaamse plantageverleden. Jurist Rebecca Tam en historicus Guus de Boer ontdekten dat de Alphense oud-burgemeester Johannes Jacobus Ooijkaas, die burgervader was van 1825 tot 1836, belangen had in de Surinaamse slavernij. De onthullingen vielen samen met de actuele expositie ‘Van Fort Buku naar de Limes’, die de verborgen koloniale sporen tussen Suriname en de elite aan de Rijn zichtbaar maakt.

Uit het onderzoek blijkt dat burgemeester, gemeentesecretaris en notaris Ooijkaas, samen met zijn kinderen en kleinkinderen, (mede-)eigenaar was van omvangrijke Surinaamse koffie- en suikerplantages, waaronder Oudshoorn aan de Commewijnerivier, zo’n vijftig kilometer ten zuidoosten van Paramaribo. Dit was vooral een koffie- en houtplantage die na de afschaffing van de slavernij niet meer rendabel was en door de natuur werd teruggenomen. Er is ruim anderhalve eeuw later helemaal niets meer van terug te vinden. In Alphen is nog wel een woonwijk naar de plantage vernoemd.

Jurriaan François de Friderici
Ooijkaas had destijds tot slaaf gemaakten op zijn naam staan en overleed uiteindelijk ook in Suriname. De connectie met de oud-kolonie reikt echter verder dan Ooijkaas alleen. De Alphense elite was destijds nauw verstrengeld met de beruchte familie De Friderici. Jurriaan François de Friderici, voormalig gouverneur-generaal van Suriname die fel streed tegen de Marrons, bezat de Buitenplaats Raadwijk, een van de grootste en meest aanzienlijke adellijke landgoederen in Alphen aan den Rijn. Hij financierde dit met zijn lucratieve praktijken in Suriname en over de ruggen van slaven.

De hechte, maar onderbelichte gedeelde geschiedenis krijgt momenteel een gezicht tijdens de expositie ‘Van Fort Buku naar de Limes – Ontdek de verborgen koloniale sporen achter landgoed (Groot) Raadwijk’. Deze tentoonstelling is tot en met 15 augustus te bezoeken in de Bibliotheek Rijn en Venen in het Alphense centrum. De expo toont hoe de rijkdommen uit de Surinaamse plantages de Alphense elite aan de Oude Rijn financierden.

Tijdens de opening op zaterdag werd de diepe historische band onder meer uitgelicht met een lezing over de Surinaamse gouverneur De Friderici en militair John Gabriël Stedman. Onderzoeker Tam, die zelf zowel van de Marrons als van De Friderici afstamt, vindt deze expositie cruciaal: “Heel Alphen heeft het recht om te weten wat de geschiedenis is.” Volgens haar zijn er maar weinig mensen die weten van de verbanden tussen de koloniale tijd en de ‘elite aan de Rijn’. “En dat mag nu een gezicht krijgen”, vindt ze.

Roep om excuses en vervolgonderzoek
Hoewel de gemeente Alphen aan den Rijn eerder eigen onderzoek deed naar het slavernijverleden, werden toen geen directe banden met gemeentebestuurders gevonden. De Boer verklaart dat de gemeente destijds louter vanuit een bestuurlijke invalshoek keek, terwijl hijzelf en Tam de menselijke en familiale archieven hebben uitgeplozen.

De onderzoekers, die samenwerken met de Provincie Zuid-Holland, vermoeden dat dit pas het topje van de ijsberg is. Ze eisen dan ook een diepgaand vervolgonderzoek én officiële excuses van de gemeente voor de historische betrokkenheid bij de instandhouding van de plantageslavernij in Suriname. De Alphense wethouder Relus Breeuwsma heeft laten weten dat de informatie nieuw is voor de gemeente en dat de uitkomsten met de gemeenteraad zullen worden besproken om te bepalen welke vervolgstappen noodzakelijk zijn.

Bekijkt origineel bericht ⇒

Meer actueel