Naar aanleiding van de brief van de minister van Grondbeleid en Bosbeheer aan MI-GLIS is opnieuw discussie ontstaan over de gronduitgifte in Suriname. In die brief vraagt de minister zich af op basis van welke wettelijke bepaling GLIS weigert om toewijzingsbeschikkingen in te schrijven van gronden waarvan de aanvraag vooraf niet is gepubliceerd.
Die vraag is begrijpelijk, maar zij raakt niet de kern van het probleem. De echte vraag is waarom grondaanvragen nog steeds niet duidelijk en controleerbaar worden gepubliceerd. Publicatie is geen formaliteit; publicatie is bedoeld om burgers te beschermen.
Wanneer een aanvraag voor domeingrond wordt gepubliceerd, kunnen burgers zien dat een bepaald stuk grond is aangevraagd. Zij krijgen dan de kans om bezwaar te maken als hun rechten of belangen worden geraakt. Denk aan mensen die al jaren op een stuk grond wonen, het bewerken, eerder een aanvraag hebben ingediend of beschikken over oudere rechten.
Zonder publicatie worden deze burgers buitenspel gezet. Zij ontdekken soms pas achteraf dat een ander een bereidverklaring of toewijzingsbeschikking heeft gekregen voor grond waarop zij zelf aanspraak maken. Dat leidt tot conflicten, dubbele gronduitgiften, onzekerheid en verlies van vertrouwen in de overheid.
Als beëdigd landmeter heb ik al jaren in de praktijk te maken met dubbele, overlappende en juridisch gebrekkige gronduitgiften. Dit zijn geen theoretische problemen. Het gaat om burgers die tegenover elkaar komen te staan, terwijl de oorzaak vaak ligt bij een overheid die onvoldoende heeft gepubliceerd, onderzocht en gecontroleerd voordat grond werd uitgegeven. Dit moet stoppen.
De Rekenkamer van Suriname heeft in haar rechtmatigheidsonderzoek naar de gronduitgifte in 2023 vastgesteld dat vrij domein niet openbaar wordt gemaakt en dat nieuwe grondaanvragen niet worden gepubliceerd in het Advertentieblad. De Rekenkamer concludeert ook dat de uitgifte van domeingrond in 2023 niet rechtmatig is geschied.
Dat betekent niet dat iedere burger met een beschikking te kwader trouw is. Veel burgers handelen juist in vertrouwen op de overheid. Maar het betekent wel dat het systeem zelf onvoldoende rechtszekerheid biedt. Een burger moet erop kunnen vertrouwen dat een beschikking tot stand komt na een eerlijk, openbaar en zorgvuldig proces.
Ook GLIS moet consequent zijn. Als GLIS vindt dat een toewijzingsbeschikking niet kan worden ingeschreven omdat de aanvraag vooraf niet is gepubliceerd, dan moet GLIS ook niet eerder in hetzelfde proces meewerken aan de vestiging van een PerceelsID voor datzelfde perceel. Een PerceelsID is in de praktijk een belangrijke stap richting de verdere afhandeling van een gronduitgifte.
Daarom zou het uitgangspunt moeten zijn: geen PerceelsID voor gronduitgifte zonder bewijs van publicatie van de grondaanvraag. Daarmee bepaalt GLIS niet het grondbeleid van GBB, maar voorkomt het wel dat zijn eigen technische en registratieve handelingen bijdragen aan een gebrekkig proces.
Een goed voorbeeld is de aanvraag van een verkavelingsvergunning. Daarbij is publicatie belangrijk, omdat omwonenden en andere belanghebbenden moeten weten wat er met een gebied gaat gebeuren. Bij gronduitgifte is dat belang minstens zo groot.
De overheid moet begrijpen dat een chaotisch grondbeleid niet alleen een juridisch probleem is. Het schaadt ook de economische ontwikkeling van het land. Wie durft te investeren in grond waarvan de juridische status onzeker is? Welke bank wil financieren als beschikkingen, PerceelsID's en grenzen later worden betwist?
Rechtszekerheid begint niet bij de inschrijving van een beschikking. Rechtszekerheid begint bij openbaarheid, publicatie, bezwaar en zorgvuldig onderzoek. Zonder publicatie is gronduitgifte geen behoorlijk bestuur, maar een bron van wantrouwen, conflicten en maatschappelijke onrust.
Niel Kalpoe, BSc
Beëdigd landmeter
Engineering Surveys NV
Zonder publicatie geen rechtszeker grondbeleid
Bron: Starnieuws
8 Juli 2026
13:28