De staatshoofden en regeringsleiders van de Caribische Gemeenschap (CARICOM) hebben besloten het Caribisch Hof van Justitie (CCJ) om een advies te vragen over de procedure rond de herbenoeming van secretaris-generaal Carla Barnett. De huidige situatie blijft voorlopig ongewijzigd, totdat het Hof een advies heeft uitgebracht. President Jennifer Simons is intussen ook afgereisd om de Caricom-top bij te wonen. Zij zal vanavond nog terugkeren.

Het besluit werd genomen tijdens de retraite van de CARICOM-regeringsleiders in Saint Lucia. Aanleiding is het aanhoudende bezwaar van Trinidad en Tobago tegen de wijze waarop de herbenoeming van de secretaris-generaal tot stand is gekomen. Volgens een gezamenlijke verklaring van de regeringsleiders heeft Trinidad en Tobago verzocht de kwestie voor te leggen aan het CCJ, zodat het Hof een advies kan geven over de interpretatie van het Herziene Verdrag van Chaguaramas. De overige lidstaten hebben ingestemd met dat verzoek. De procedure zal worden gestart op basis van artikel 212 van het verdrag.

CARICOM benadrukt dat juist hiervoor het Caribisch Hof van Justitie is opgericht: als hoogste instantie voor de uitleg van het verdrag waarop de Caribische Gemeenschap is gebaseerd. In afwachting van het advies van het CCJ blijft de huidige situatie rond de herbenoeming van de secretaris-generaal ongewijzigd. Pas nadat de regeringsleiders kennis hebben genomen van het advies van het Hof, zal de kwestie opnieuw worden besproken.

Volgens de verklaring biedt deze aanpak de mogelijkheid om het meningsverschil op een constructieve en vreedzame wijze op te lossen, zonder dat de werkzaamheden van de Gemeenschap hierdoor worden belemmerd.

De regeringsleiders onderstreepten verder dat de lopende evaluatie van de bestuurlijke structuur van CARICOM deel uitmaakt van een breder hervormingsproces dat eerder tijdens de staatshoofdenconferentie in Saint Kitts en Nevis in gang is gezet. Doel daarvan is het versterken van de bestuursstructuur en de effectiviteit van de regionale organisatie.

Tegelijkertijd benadrukten de leiders dat het verzoek om een advies van het CCJ niet is bedoeld als een aantasting van de integriteit van een lidstaat of van individuele functionarissen. Volgens hen weerspiegelt het juist de gezamenlijke inzet van de lidstaten voor goed bestuur, transparantie en voortdurende institutionele verbetering.

De staatshoofden bevestigden ten slotte hun inzet voor de doelstellingen van CARICOM en spraken af gezamenlijk te blijven werken aan de belangen van de regio, ondanks de economische, sociale en geopolitieke uitdagingen waarmee de Caribische Gemeenschap wordt geconfronteerd.