Guyana houdt vast aan een gezamenlijke uitvoering van de Corantijnbrug, nadat minister Stephen Tsang van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening in De Nationale Assemblée (DNA) had aangegeven dat Suriname de bouw volledig zelf wil financieren. President Irfaan Ali verklaarde tegenover het Guyanese medium Demerara Waves dat deze koers voor hem nieuw is en dat zijn land uitgaat van de eerder gemaakte afspraken.

Ali zei dat Guyana geen bericht had ontvangen over een mogelijk Surinaams besluit om de brug over de Corantijnrivier als een zelfstandig nationaal project uit te voeren. Volgens hem was de afspraak vanaf het begin dat beide landen de brug gezamenlijk zouden ontwikkelen.

De Guyanese president stelde dat president Jennifer Geerlings-Simons eerder had aangegeven dat Suriname bezig was de eigen kant van de afspraken af te ronden. Guyana zou volgens Ali al gereed zijn met zijn deel van het traject. Hij ging daarbij scherp in op de uitspraken van Tsang en zei volgens Demerara Waves niet te weten wie de Surinaamse minister was.

Tsang maakte tijdens de begrotingsbehandeling in DNA bekend dat de regering de Corantijnbrug volledig uit Surinaamse middelen wil financieren. Hij reageerde daarmee op vragen van VHP-fractieleider Asis Gajadien over de voortgang van het project, de eerdere aanbesteding en de afspraken met Guyana.

De minister gaf aan dat de financieringsconstructie nog niet vaststaat. Samen met het ministerie van Financiën worden verschillende modellen onderzocht, waaronder tolheffing voor gebruikers van de brug. Afhankelijk van de uiteindelijke keuze kan volgens Tsang een nieuwe aanbestedingsprocedure noodzakelijk zijn.

Hij benadrukte in DNA dat de brug volgens de regering als een Surinaams project moet worden gerealiseerd. Daarmee lijkt de huidige koers af te wijken van de eerdere gezamenlijke voorbereiding met Guyana, waarbij beide landen betrokken waren bij de plannen voor de verbinding tussen South Drain en Moleson Creek.

De Corantijnbrug wordt gezien als een belangrijk project voor handel, toerisme en verkeer tussen Suriname en Guyana. De brug moet op termijn de veerverbinding tussen beide landen aanvullen of vervangen en de regionale verbinding richting Guyana en de Caribische markt verbeteren. Eerdere ramingen plaatsten de kosten van het project rond US$300 miljoen.

In september 2025 spraken president Geerlings-Simons en president Ali nog af om de bouw van de brug te versnellen en tegelijk de vastgelopen grensbesprekingen nieuw leven in te blazen. In een gezamenlijke verklaring werd toen gewezen op de mogelijke betekenis van de brug voor handel, toerisme, betere bereikbaarheid en contacten tussen de bevolking van beide landen.