
De succesvolle implementatie van het Nationaal Kwalificatiekader (NQF) is een essentiële voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van het Surinaamse onderwijs. Die boodschap stond centraal in de keynotepresentatie van professor Frank Jabini tijdens de derde dag van het Nationaal Onderwijscongres 2026.
Volgens Jabini hebben de discussies van de afgelopen dagen waardevolle inzichten opgeleverd over onder meer lerarenkwaliteit, inclusie, ondernemerschap en menselijk kapitaal. Toch ontbreekt volgens hem nog een cruciaal onderdeel om deze initiatieven duurzaam te verankeren.
“Losse implementaties van plannen hebben weinig zin als er geen overkoepelend systeem bestaat waarbinnen deze ontwikkelingen worden geplaatst,” stelde hij. “Het Nationaal Kwalificatiekader biedt die structuur.”
Het NQF, dat in 2024 werd gevalideerd, moet volgens Jabini uitgroeien tot een transparant, flexibel en toekomstbestendig raamwerk voor onderwijs en training in Suriname. Het systeem beschrijft en classificeert alle kwalificaties binnen het onderwijs en maakt inzichtelijk welke kennis, vaardigheden en competenties op elk niveau worden verwacht.
Tijdens zijn presentatie lichtte Jabini toe dat het voorgestelde Surinaamse kwalificatieraamwerk zich richt op drie centrale pijlers: kennis en begrip, vaardigheden en toepassing en essentiële levensvaardigheden. Daarmee ontstaat een systeem dat niet alleen formeel onderwijs omvat, maar ook beroepsopleidingen, trainingen en de erkenning van eerder verworven competenties.
Volgens de professor biedt het kwalificatieraamwerk verschillende voordelen. Het vergroot de transparantie binnen het onderwijs, maakt kwalificaties beter vergelijkbaar en bevordert de mobiliteit van studenten en werknemers. Daarnaast ontstaat meer duidelijkheid over wat een diploma, certificaat of opleiding daadwerkelijk vertegenwoordigt.
Jabini benadrukte dat de verdere uitwerking van het NQF altijd moet aansluiten bij de Surinaamse context. “Wij kunnen internationale modellen gebruiken als inspiratie, maar het systeem moet passen bij onze eigen realiteit, behoeften en ontwikkelingsdoelen,” aldus de onderwijsdeskundige.
Om de implementatie professioneel en onafhankelijk te laten verlopen, deed hij het voorstel om een afzonderlijk instituut op te richten dat zich volledig richt op de ontwikkeling, bewaking en actualisering van het kwalificatieraamwerk. Dit instituut zou volgens hem moeten worden geleid door onderwijsprofessionals en deskundigen uit het werkveld.
Daarnaast pleitte Jabini voor een duidelijke koppeling tussen kwalificaties en beloning. Wanneer mensen investeren in scholing en certificering, moet volgens hem ook helder zijn welke waardering daar maatschappelijk en financieel tegenover staat.
“Een kwalificatiekader heeft pas echt betekenis wanneer mensen weten welke kansen, verantwoordelijkheden en beloningen eraan verbonden zijn,” stelde hij.
Met zijn presentatie bracht Jabini een belangrijk perspectief in de discussie over de toekomst van het Surinaamse onderwijs. Volgens hem vormt het Nationaal Kwalificatiekader de verbindende schakel tussen onderwijs, arbeidsmarkt en nationale ontwikkeling en daarmee een belangrijke bouwsteen voor de verdere ontwikkeling van het menselijk kapitaal van Suriname.
