Geweld tegen kinderen beperkt zich niet tot lichamelijke mishandeling of seksueel misbruik. Ook psychisch geweld, vernedering, pesten en cyberpesten laten diepe sporen na, maar blijven vaak buiten beeld. Daarvoor waarschuwde president Jennifer Simons tijdens de themadag ‘Geweld tegen kinderen in Suriname’, waar eveneens werd gepleit voor een geïntegreerde aanpak van kinderbescherming en geweldloze opvoeding.
De themadag werd dinsdag georganiseerd door Stichting Projekta in de Ballroom van het Lalla Rookh-gebouw. Het betreft een vervolg op sessies die voortvloeien uit een nationaal onderzoek dat in 2018 werd uitgevoerd door de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS), in opdracht van De Nationale Assemblee (DNA) en met ondersteuning van het Kinderfonds van de Verenigde Naties (Unicef).
Onzichtbare vormen van geweld
Volgens het staatshoofd gaat geweld tegen kinderen veel verder dan lichamelijk of seksueel geweld. Zij wees erop dat psychisch geweld vaak wordt onderschat, terwijl de gevolgen ervan groot kunnen zijn.
President Simons stelde dat beledigingen en het neerzetten van kinderen als “niet waardig” of “niet in staat” blijvende schade kunnen veroorzaken. Ook pesten en cyberpesten noemde zij zorgwekkende ontwikkelingen.
“Het pesten van kinderen onderling gebeurt niet meer alleen in de klas, maar ook via social media”, aldus de president. Volgens haar blijken vooral meisjes tijdens hun tienerjaren hiervan hinder te ondervinden.
De president wees er verder op dat veel volwassenen zich niet bewust zijn van de impact die hun woorden en gedrag op kinderen kunnen hebben. “Het is vaak niet eens een kwestie van schuld of slechtheid, maar van onbewustheid”, merkte zij op.
Volgens Simons leeft de samenleving bovendien met normen waarbij bepaalde vormen van geweld als normaal worden beschouwd of worden toegestaan.
Geweld begint vaak thuis
Socioloog Julia Terborg benadrukte tijdens een vraaggesprek met de Communicatiedienst Suriname (CDS) dat een duurzame en geïntegreerde aanpak van geweld tegen kinderen dringend noodzakelijk is. Volgens haar vindt het grootste deel van het geweld tegen kinderen plaats binnen het gezin. Daarbij gaat het om lichamelijk en psychisch geweld, maar ook om situaties waarin kinderen getuige zijn van geweld tussen volwassenen.
“Wat we anno 2026 zien, is dat die resultaten niet alleen nog steeds gelden, maar dat het op bepaalde fronten zelfs is verslechterd”, aldus Terborg. De socioloog wees erop dat gewelddadige discipline nog steeds onderdeel uitmaakt van de opvoeding in Suriname.
Wat begint als een corrigerende tik kan volgens haar uitmonden in ernstige mishandeling. Terborg pleitte daarom voor geweldloze opvoeding. “Geweldloos opvoeden kan. We hebben voldoende bewijs en er zijn voldoende ouders die hebben bewezen dat het kan.”
Pleidooi voor bewustwording
Volgens haar zorgen de moeilijke economische omstandigheden ervoor dat gezinnen onder druk komen te staan, waardoor stress en geweld kunnen toenemen. Daarnaast hebben ouders volgens de socioloog meer ondersteuning nodig. Financiële problemen en andere sociale uitdagingen maken het volgens haar moeilijker om kinderen op een veilige manier op te voeden.
Met het oog op de komende begrotingsbehandeling riep Terborg beleidsmakers op om kinderbescherming hoger op de nationale agenda te plaatsen.
President Simons benadrukte op haar beurt dat bewustwording een belangrijke eerste stap is. Daarbij moeten niet alleen professionals uit het werkveld worden betrokken, maar ook organisaties en personen die verantwoordelijkheid dragen voor het welzijn van kinderen.