Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) uit zijn bezorgdheid over de beperkte controle en gebrekkige informatievoorziening rond de toekomstige olie-inkomsten van Suriname. Volgens het fonds beschikt de overheid momenteel niet over voldoende betrouwbare data, systemen en expertise om de verwachte miljarden uit offshore olieproductie correct te beheren. Daardoor dreigen grote begrotingsfouten en financiële risico’s zodra de olieproductie in 2028 van start gaat. Dat staat in een nieuw IMF-rapport over de voorbereiding van Suriname op de naderende olieboom.

Het IMF noemt vooral het gebrek aan gegevens over de olie- en goudsector “een ernstig risico” voor de toekomstige begrotingsdiscipline van het land. Volgens het rapport heeft het ministerie van Financiën en Planning momenteel geen volledig zicht op de fiscale afspraken, belastingregelingen en verwachte inkomsten uit de offshore oliesector.

Daardoor wordt de overheid volgens het IMF grotendeels afhankelijk van publieke informatie en externe bronnen voor haar eigen ramingen van toekomstige olie-opbrengsten. Dat vergroot de kans op verkeerde projecties en beleidsfouten.

Het rapport stelt dat ongeveer 40 procent van de huidige staatsinkomsten al afkomstig is uit de mineralensector en dat dit aandeel tegen 2029 mogelijk stijgt naar circa 60 procent. Juist daarom is het volgens het IMF cruciaal dat Suriname betrouwbare economische modellen ontwikkelt voordat de eerste olie-inkomsten binnenkomen.

Volgens het IMF schiet de huidige macro-economische infrastructuur echter tekort. De economische projecties van verschillende overheidsinstanties sluiten onvoldoende op elkaar aan. Zo werkt het ministerie van Financiën met eigen begrotingsmodellen, terwijl de Centrale Bank van Suriname (CBvS) en het Planbureau afzonderlijke systemen gebruiken die nauwelijks geïntegreerd zijn.

Daarnaast ontbreekt volgens het rapport een centrale macro-fiscale eenheid die alle informatie coördineert. In veel landen wordt zo’n “Macro-Fiscal Unit” gebruikt om economische voorspellingen, schuldanalyses en begrotingsprojecties te bundelen. Suriname beschikt wel over een afdeling binnen het ministerie van Financiën die deze rol deels vervult, maar die capaciteit wordt door het IMF als onvoldoende omschreven.

Het IMF wijst erop dat de huidige afdeling slechts drie tot vier medewerkers heeft die actief aan het begrotingsmodel werken, waarvan slechts twee voltijds. Tegelijkertijd worden de verantwoordelijkheden steeds groter nu Suriname zich voorbereidt op olieproductie en strengere begrotingsregels.

Een bijkomend probleem is volgens het IMF dat veel economische data nog handmatig of via losse Excelbestanden worden verwerkt. Het begrotingsmodel zou moeilijk te volgen zijn voor andere medewerkers en belangrijke tussenstappen worden niet altijd opgeslagen. Ook ontbreken duidelijke veiligheidsprocedures voor databescherming en back-ups.

Het IMF maakt zich bovendien zorgen over de kwaliteit van de huidige begrotingsvoorspellingen. Volgens het rapport zaten de inkomstenramingen van de afgelopen jaren vaak ver naast de werkelijkheid. De afwijkingen tussen begrote en daadwerkelijke inkomsten liepen gemiddeld op tot ongeveer 18 procent. Dat wijst volgens het fonds op structurele tekortkomingen in de methodologie en beschikbare data.

Ook over de goudsector bestaan grote onzekerheden. Het IMF stelt dat de overheid slechts beperkte informatie ontvangt van de grote goudbedrijven en nauwelijks zicht heeft op de informele goudsector. Daardoor kan een aanzienlijk deel van de economische activiteit buiten de officiële statistieken blijven.

Volgens het IMF vormt dat niet alleen een risico voor de begroting, maar ook voor toekomstige fiscale regels die afhankelijk zijn van betrouwbare economische cijfers. Zo heeft Suriname momenteel nog geen duidelijke berekening van het zogenaamde “non-resource GDP”, oftewel de omvang van de economie zonder olie- en mijnbouwinkomsten. Die indicator is essentieel om te bepalen hoeveel de overheid verantwoord kan uitgeven zonder de economie te oververhitten.

Het IMF adviseert daarom dat Suriname met spoed:

  • betere data verzamelt over olie- en goudinkomsten;
  • één centraal macro-economisch model ontwikkelt;
  • de samenwerking tussen overheidsinstanties versterkt;
  • extra personeel aantrekt voor begrotingsanalyse;
  • en internationale expertise inzet om de systemen sneller op te bouwen

Daarnaast pleit het IMF voor strengere rapportageverplichtingen en meer transparantie richting parlement en samenleving. Volgens het IMF moet het beheer van toekomstige olie-inkomsten volledig geïntegreerd worden in de nationale begroting om te voorkomen dat geldstromen buiten het officiële toezicht om worden gebruikt.

Het fonds waarschuwt dat Suriname weinig tijd meer heeft om de noodzakelijke hervormingen door te voeren voordat de offshore olieproductie daadwerkelijk begint.