Voormalig governor van de Centrale Bank van Suriname, Robert van Trikt, is gisteren opnieuw voor de kantonrechter verschenen in een strafzaak waarin hij wordt verdacht van verduistering.
De vervolgingsambtenaar heeft de zaak formeel voorgedragen en de rechter verzocht deze in behandeling te nemen. Het Openbaar Ministerie verwijt Van Trikt dat hij zich in de periode van 1 mei 2019 tot en met december 2019, in zijn hoedanigheid als governor, schuldig zou hebben gemaakt aan onder andere verduistering, gepleegd tezamen en in vereniging.
Na de voordracht gaven zowel de vervolgingsambtenaar als de raadslieden van de verdachte, Irvin Kanhai en Chandra Algoe, aan geen behoefte te hebben aan het horen van getuigen. Volgens de verdediging zijn zowel Van Trikt als de getuigen reeds uitvoerig gehoord door de rechter-commissaris in het gerechtelijk vooronderzoek.
Wel bracht Algoe een procedureel punt naar voren. Zij verzocht de rechter om de verdediging alsnog een kopie van de akte van uitreiking van de dagvaarding te verstrekken. Volgens haar hebben noch de verdachte noch de verdediging deze ontvangen.
De kantonrechter merkte echter op dat uit de akte van uitreiking blijkt dat de deurwaarder heeft genoteerd dat de verdachte zou hebben geweigerd de dagvaarding in ontvangst te nemen. Van Trikt weersprak dit en verklaarde dat hij op dat moment in detentie verbleef en kampte met chikungunya, waardoor hij geen stukken in ontvangst kon nemen. Hij gaf aan de deurwaarder te hebben verzocht de dagvaarding aan zijn raadslieden te overhandigen, hetgeen volgens hem niet is gebeurd.
De rechter besloot de zaak aan te houden tot mei, teneinde de verdachte nader te kunnen horen. Daarmee wordt de behandeling van de zaak op een later moment voortgezet. Van Trikt werd in 2019 benoemd tot governor van de Centrale Bank van Suriname. Zijn ambtstermijn was echter kort, omdat al snel beschuldigingen ontstonden van financieel wanbeheer en strafbare feiten binnen de bank.
Hij werd vervolgd voor meerdere feiten, waaronder verduistering (in vereniging gepleegd), valsheid in geschrifte en overtreding van bank- en financiële regelgeving. Daarvoor werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar onvoorwaardelijk, met aftrek, en een geldboete van SRD 500.000, bij niet-betaling te vervangen door hechtenis. Hiertegen ging Van Trikt in beroep, waarna hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar onvoorwaardelijk.