In het kader van "Wo kenki a systeem" vind ik het als onderdeel van de nieuwe generatie Surinamers noodzakelijk om mijn visie te delen over ons regeringsbeleid. Ik hoop dat u dit niet ziet als hoogmoed of dat ik probeer de wetenschapper uit te hangen, maar puur als een bezorgde jongere die een steentje wil bijdragen aan onze toekomst. We moeten voorkomen dat de olie weer in een "Alcoa-scenario" verdwijnt waarbij we alleen grondstoffen weggeven en zelf arm blijven.

Mijn plan draait om het verhogen van ons Bruto Nationaal Inkomen (BNI). Dat is het geld dat echt in Surinaamse zakken blijft, en niet de winst die multinationals naar het buitenland sturen. Ik stel hiervoor het 140-procent model voor met vier aparte veilingen.

Het plan werkt simpel:
We verdelen onze olie in vier blokken van elk 35 procent index. Vanaf 2028 houden we elk jaar één veiling voor zo’n blok. Geen enkel land mag meer dan één blok kopen. Door de macht zo te verdelen over bijvoorbeeld Nederland, België en Frankrijk, voorkomen we dat één grootmacht zoals Amerika of China ons kan domineren of ons met legers voor de kust wil "beschermen".

Bij de eerste veiling in 2028 laten we direct zien dat we geen grappen maken: wie de olie wil, moet verplicht 5 procent aan Surinaamse eindproducten afnemen (zoals bacoven van Jarikaba, yoghurt van de Melkcentrale en onze sappen etc). Als die eerste koper dat ziet, gaat de rest van de wereld zich direct voorbereiden op de tweede veiling. Ze zullen hun best doen om hun netwerk en "vrienden" alvast klaar te zetten om onze producten te kopen, zodat zij de volgende deal kunnen winnen. Zo ontstaat er een gezonde strijd om onze partner te mogen zijn.

In totaal krijgen we zo een 20 procent export garantie voor onze eigen productie. Als een land die 5 procent niet zelf kan gebruiken, moeten zij hun wereldwijde connecties gebruiken om kopers voor ons te vinden. Zij hebben de grote markt, dus zij moeten het werk doen. Geen export van onze producten betekent simpelweg geen druppel olie.

Dit plan stimuleert onze eigen fabrieken direct. Jarikaba en de MCP moeten nu al klaargemaakt worden. Vooral de relatie met Frankrijk is hierin een wapen; via Frans-Guyana hebben we een directe buurt markt die bij de Europese Unie hoort. Als we Frankrijk dwingen om onze producten in Cayenne te verkopen, hoeven we niet eens ver te vliegen of te varen.

Olie in de grond bederft niet, dus we hoeven niet uit wanhoop snel alles weg te geven. Ik hoop dat u dit waar mogelijk kunt implementeren in het beleid en een stem wilt zijn voor dit plan. Alleen als we onze eigen eindproducten de wereldmarkt op duwen, stijgt ons BNI en worden we echt onafhankelijk.

B. Matodja
Student Havo 4