Rijstboeren, vertegenwoordigd door de Vereniging Belangengroep Padieboeren in Nickerie (VBPN), hebben in de middag van vrijdag 27 februari, overeenstemming bereikt met minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), over de padie-prijs. De boeren hebben van de opkopers eerder een prijs aangeboden gekregen van SRD 300 – 400 per baal. Zij konden zich daarin niet terugvinden. Na bemiddeling van minister Noersalim, hebben de opkopers een prijs aangeboden van SRD 500 – 550 per baal. “Ik keer met een tevreden gevoel terug naar mijn leden in Nickerie”, zegt VBPN-voorzitter Ashwin Jagmohansing. Hij geeft aan dat er dit seizoen gemiddeld 21.000 hectare is ingezaaid. Jagmohansing is enorm erkentelijk dat minister Noersalim ook andere actoren heeft ingeschakeld om een duurzame oplossing te vinden voor de problematiek rond de padieprijs, welke zich elk seizoen voordoet. Minister Noersalim maakte duidelijk, niet de hele tijd aan brandjes blussen te zullen doen: “We gaan niet kijken naar een symptomatische bestrijding. We gaan naar de wortels kijken en we zullen samen met de stakeholders kijken naar structurele oplossingen.” Bij het overleg waren onder anderen aanwezig: minister Andrew Baasaron van Economische Zaken,
Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI); Ebu Jones, parlementariër/ voorzitter vaste commissie LVV; en Edmund Duiker, voorzitter NOFA-fonds. Voor minister Baasaron is de kostprijscalculatie erg belangrijk. Deze kan niet eenzijdig bepaald worden. “We willen een breed draagvlak hebben, zodat we ervan overtuigd zijn dat het een duurzaam besluit wordt. Dus je zit aan tafel met zijn allen en je hebt een heel open en eerlijk gesprek. Je moet kunnen zeggen: wat zijn de kosten die werkelijk worden gemaakt en wat kun je verdienen.” Voor parlementariër Jones is het tijd dat de boer een eerlijke prijs krijgt voor zijn geoogste padie. Hij is enthousiast over de samenwerking tussen de verschillende actoren. Hij vindt het essentieel dat de rijstsector verder groeit. “Als de boeren samen met de overheid komen tot een bepaalde constructie, waarbij wetgeving aangepast of geslagen zou moeten worden, dan zijn we ready om samen met hen het initiatief te nemen, waarbij we ervan verzekerd zijn dat zaken op basis van wetten beter gereguleerd worden. Wij zijn als vaste commissie klaar daarvoor.”
NOFA-voorzitter Duiker benadrukt dat het gaat om een partnerschap. Na het overleg met de boeren, is het duidelijk geworden dat er op verschillende vlakken een aantal issues spelen. Deze problemen moeten nader uitgewerkt worden. “Als NOFA-fonds kunnen we niets anders zeggen dan: geef me data, want we moeten analyses maken om te kunnen komen tot een eventuele toewijzing van een financiering. Maar we willen zonder meer onderdeel zijn van de oplossing.” Partijen komen volgende week opnieuw bijeen om verder invulling te geven aan de gemaakte afspraken.